oplaag
zelfstandig naamwoord ˈɔplaxBetekenis
- (drukkunst) het aantal exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
- (drukkunst) ongewijzigde herdruk
Hoe spreek je oplaag uit?
/ˈɔplax/
Oplaag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- het aantal exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
- ongewijzigde herdruk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oplaagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oplaagjes | verkleinwoord, meervoud |
| oplage | |
| oplagen | meervoud |
| oplages | meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Duits Auflage, letterlijk ‘het opgelegde’; gevormd uit op- en laag; daarnaast de bijvorm oplage.
Woordfamilie van oplaag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oplaagje | verkleinwoord | oplaag |
| oplaagjes | verkleinwoord meervoud | oplaag |
| oplagen | meervoud | oplaag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oplaag zijn vastgelegd.