opkweken
werkwoordBetekenis
- het grootbrengen van planten.
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van opkweken
opkwekenhele werkwoord — kweekte opverleden tijd enkelvoud — kweekten opverleden tijd meervoud — opgekweektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kweek op | kweekte op |
| jij | kweekt op | kweekte op |
| hij, zij, het | kweekt op | kweekte op |
| wij | kweken op | kweekten op |
| jullie | kweken op | kweekten op |
| zij | kweken op | kweekten op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgekweekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgekweekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgekweekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgekweekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgekweekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgekweekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgekweekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgekweekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgekweekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kweek op | gebiedende wijs |
| kweekte op | verleden tijd |
| op te kweken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen kweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal kweken | bijzin, toekomende tijd |
| op zou kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen kweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen kweken | bijzin, toekomende tijd |
| op zult kweken | bijzin, toekomende tijd |
| opgekweekt | verleden tijd, deelwoord |
| opgekweekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgekweekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgekweekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekweekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekweekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekweekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgekweekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgekweekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgekweekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgekweekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opkweek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opkweekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opkweekte | bijzin, verleden tijd |
| opkweekten | bijzin, verleden tijd |
| opkwekend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben opgekweekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opkweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opkweken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opkweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opkweken op zou(dt) kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opkweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opkweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opkweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opkweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opkweken | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en kweken ww
Woordfamilie van opkweken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kweek op | gebiedende wijs | opkweken |
| kweekt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opkweken |
| kweekte op | verleden tijd | opkweken |
| kweekten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opkweken |
| kweke op | woordvorm | opkweken |
| kweken op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opkweken |
| opgekweekt | voltooid deelwoord | opkweken |
| opgekweekte | woordvorm | opkweken |
| opkweek | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkweken |
| opkweekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkweken |
| opkweekte | subordinate-clause, verleden tijd | opkweken |
| opkweekten | subordinate-clause, verleden tijd | opkweken |
| opkweke | with-subordinate-clause | opkweken |
| opkwekend | onvoltooid deelwoord | opkweken |
| opkwekende | woordvorm | opkweken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkweken zijn vastgelegd.