Naar de inhoud

opjagen

uit zijn schuilplaats verdrijven

opjagen

werkwoord ˈɔpjaɣə(n)

Betekenis

  1. uit zijn schuilplaats verdrijven

Hoe spreek je opjagen uit?

/ˈɔpjaxən/

Opjagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpjaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
j ja
a maan
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. gestresst maken, gek maken, iemand zich (nodeloos) doen haasten onder druk reflexive, transitive

Vervoeging van opjagen

opjagenhele werkwoord — jaagde opverleden tijd enkelvoud — jaagden opverleden tijd meervoud — opgejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag op jaagde op
jij jaagt op jaagde op
hij, zij, het jaagt op jaagde op
wij jagen op jaagden op
jullie jagen op jaagden op
zij jagen op jaagden op
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgejaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgejaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgejaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgejaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgejaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgejaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jaag op gebiedende wijs
jaag u/je op, jaagt je op gebiedende wijs
jaagde op verleden tijd
joeg op verleden tijd
op te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal jagen bijzin, toekomende tijd
op zou jagen bijzin, voorwaardelijk
op zouden jagen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt jagen bijzin, voorwaardelijk
op zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen jagen bijzin, toekomende tijd
op zult jagen bijzin, toekomende tijd
opgejaagd verleden tijd, deelwoord
opgejaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgejaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgejaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgejaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgejaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgejaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgejaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgejaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opjaag bijzin, tegenwoordige tijd
opjaagde bijzin, verleden tijd
opjaagden bijzin, verleden tijd
opjaagt bijzin, tegenwoordige tijd
opjagend onvoltooid, deelwoord
opjoeg bijzin, verleden tijd
opjoegen bijzin, verleden tijd
te hebben opgejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me opjagen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opjagen bijzin, toekomende tijd
zal zich opjagen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je opjagen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich opgejaagd hebben verleden tijd
zich opjagend onvoltooid, deelwoord
zijn opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opjagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opjagen op zou(dt) jagen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opjagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opjagen bijzin, voorwaardelijk
zullen je opjagen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons opjagen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van op en jagen

Woordfamilie van opjagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
jaag op gebiedende wijs opjagen
jaagde op verleden tijd opjagen
jaagden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opjagen
jaagt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opjagen
jage op woordvorm opjagen
jagen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opjagen
joeg op verleden tijd opjagen
joegen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opjagen
opgejaagd voltooid deelwoord opjagen
opjaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd opjagen
opjaagde subordinate-clause, verleden tijd opjagen
opjaagden subordinate-clause, verleden tijd opjagen
opjaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opjagen
opjage with-subordinate-clause opjagen
opjagend onvoltooid deelwoord opjagen
opjagende woordvorm opjagen
opjoeg subordinate-clause, verleden tijd opjagen
opjoegen subordinate-clause, verleden tijd opjagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opjagen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over opjagen

Hoe spreek je opjagen uit?
De uitspraak van opjagen is: /ˈɔpjaɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opjagen?
Opjagen is een werkwoord. Het woord betekent: uit zijn schuilplaats verdrijven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opjagen?
Je vervoegt opjagen als volgt: het voltooid deelwoord is opgejaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opjagen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. J 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opjagen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. J 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opjagen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opjagen in het kort

opjagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opjagen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opjagen bij een woordfamilie van 18 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opjagen: uit zijn schuilplaats verdrijven
Deel opjagen — standaardnederlands.nl