Naar de inhoud

ophemelen

iets of iemand overdreven goed afschilderen

ophemelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand overdreven goed afschilderen

Vervoeging van ophemelen

ophemelenhele werkwoord — hemelde opverleden tijd enkelvoud — hemelden opverleden tijd meervoud — opgehemeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hemel op hemelde op
jij hemelt op hemelde op
hij, zij, het hemelt op hemelde op
wij hemelen op hemelden op
jullie hemelen op hemelden op
zij hemelen op hemelden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgehemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgehemeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgehemeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgehemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgehemeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgehemeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgehemeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgehemeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgehemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgehemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgehemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgehemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hemel op gebiedende wijs
hemelde op verleden tijd
is opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te hemelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen hemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal hemelen bijzin, toekomende tijd
op zou hemelen bijzin, voorwaardelijk
op zouden hemelen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt hemelen bijzin, voorwaardelijk
op zullen hemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen hemelen bijzin, toekomende tijd
op zult hemelen bijzin, toekomende tijd
opgehemeld verleden tijd, deelwoord
opgehemeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehemeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehemeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehemeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehemeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehemeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehemeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehemeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehemeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehemeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ophemel bijzin, tegenwoordige tijd
ophemelde bijzin, verleden tijd
ophemelden bijzin, verleden tijd
ophemelend onvoltooid, deelwoord
ophemelt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgehemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ophemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgehemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgehemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgehemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgehemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgehemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ophemelen bijzin, toekomende tijd
zijn opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgehemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ophemelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ophemelen op zou(dt) hemelen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ophemelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgehemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ophemelen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgehemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgehemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgehemeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgehemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ophemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ophemelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ophemelen bijzin, toekomende tijd
zult opgehemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘uitbundig prijzen’ voor het eerst aangetroffen in 1723

Woordfamilie van ophemelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hemel op gebiedende wijs ophemelen
hemelde op verleden tijd ophemelen
hemelden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ophemelen
hemele op woordvorm ophemelen
hemelen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ophemelen
hemelt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ophemelen
opgehemeld voltooid deelwoord ophemelen
opgehemelde woordvorm ophemelen
ophemel subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophemelen
ophemelde subordinate-clause, verleden tijd ophemelen
ophemelden subordinate-clause, verleden tijd ophemelen
ophemele with-subordinate-clause ophemelen
ophemelend onvoltooid deelwoord ophemelen
ophemelende woordvorm ophemelen
ophemelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophemelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ophemelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ophemelen

Wat is de betekenis van ophemelen?
Ophemelen is een werkwoord. De betekenis is: iets of iemand overdreven goed afschilderen.
Hoe vervoeg ik ophemelen?
Zo vervoeg je ophemelen zo: het voltooid deelwoord is opgehemeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ophemelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. H 4
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ophemelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. H 4
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ophemelen in het kort

ophemelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ophemelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ophemelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ophemelen: iets of iemand overdreven goed afschilderen
Deel ophemelen — standaardnederlands.nl