Naar de inhoud

afhalen

goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen

afhalen

werkwoord ˈɑfhalə(n)

Betekenis

  1. goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
  2. door trekken van iets anders ontdoen
  3. het verwijderen van de draad bij peulvruchten (en dan nog vooral bij sperziebonen)
  4. ophalen

Hoe spreek je afhalen uit?

/ˈɑfhalən/

Afhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfhalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
h hoed
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. persoon meenemen

Vervoeging van afhalen

afhalenhele werkwoord — haalde afverleden tijd enkelvoud — haalden afverleden tijd meervoud — afgehaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haal af haalde af
jij haalt af haalde af
hij, zij, het haalt af haalde af
wij halen af haalden af
jullie halen af haalden af
zij halen af haalden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te halen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal halen bijzin, toekomende tijd
af zou halen bijzin, voorwaardelijk
af zouden halen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt halen bijzin, voorwaardelijk
af zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen halen bijzin, toekomende tijd
af zult halen bijzin, toekomende tijd
afgehaald verleden tijd, deelwoord
afgehaald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgehaald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgehaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgehaald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgehaald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgehaald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgehaald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgehaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgehaald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgehaald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afhaal bijzin, tegenwoordige tijd
afhaalde bijzin, verleden tijd
afhaalden bijzin, verleden tijd
afhaalt bijzin, tegenwoordige tijd
afhalend onvoltooid, deelwoord
ben afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgehaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgehaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgehaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgehaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgehaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgehaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
haal af gebiedende wijs
haalde af verleden tijd
had afgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afhalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afhalen bijzin, toekomende tijd
zijn afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afhalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afhalen af zou(dt) halen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afhalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afhalen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afhalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afhalen bijzin, toekomende tijd
zult afgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en halen ww

Woordfamilie van afhalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgehaald voltooid deelwoord afhalen
afgehaalde woordvorm afhalen
afhaal subordinate-clause, tegenwoordige tijd afhalen
afhaalde subordinate-clause, verleden tijd afhalen
afhaalden subordinate-clause, verleden tijd afhalen
afhaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afhalen
afhale with-subordinate-clause afhalen
afhalend onvoltooid deelwoord afhalen
afhalende woordvorm afhalen
haal af gebiedende wijs afhalen
haalde af verleden tijd afhalen
haalden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afhalen
haalt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afhalen
hale af woordvorm afhalen
halen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afhalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afhalen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afhalen

Hoe spreek ik afhalen uit?
Zo spreek je afhalen uit: /ˈɑfhalə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afhalen?
Afhalen is een werkwoord. De betekenis is: goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afhalen?
Zo vervoeg je afhalen zo: het voltooid deelwoord is afgehaald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afhalen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afhalen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afhalen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afhalen in het kort

afhalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afhalen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afhalen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afhalen: goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
Deel afhalen — standaardnederlands.nl