opdrukken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
- door druk uit te oefenen iets verhogen
- door druk uit te oefenen iets ergens op bevestigen
Vervoeging van opdrukken
opdrukkenhele werkwoord — drukte opverleden tijd enkelvoud — drukten opverleden tijd meervoud — opgedruktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druk op | drukte op |
| jij | drukt op | drukte op |
| hij, zij, het | drukt op | drukte op |
| wij | drukken op | drukten op |
| jullie | drukken op | drukten op |
| zij | drukken op | drukten op |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| druk op | gebiedende wijs |
| druk u/je op, drukt je op | gebiedende wijs |
| drukte op | verleden tijd |
| er is opgedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgedrukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgedrukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgedrukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgedrukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te drukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal drukken | bijzin, toekomende tijd |
| op zou drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen drukken | bijzin, toekomende tijd |
| op zult drukken | bijzin, toekomende tijd |
| opdruk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdrukkend | onvoltooid, deelwoord |
| opdrukt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdrukte | bijzin, verleden tijd |
| opdrukten | bijzin, verleden tijd |
| opgedrukt | verleden tijd, deelwoord |
| opgedrukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedrukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedrukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedrukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedrukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedrukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedrukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedrukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedrukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedrukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben opgedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opdrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me opdrukken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opdrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich opdrukken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je opdrukken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich opdrukkend | onvoltooid, deelwoord |
| zich opgedrukt hebben | verleden tijd |
| zijn opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opdrukken op zou(dt) drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je opdrukken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons opdrukken | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen opdrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opdrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord opdruk
Herkomst
samenstelling van op bw en drukken ww
Woordfamilie van opdrukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| druk op | gebiedende wijs | opdrukken |
| drukke op | woordvorm | opdrukken |
| drukken op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opdrukken |
| drukt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opdrukken |
| drukte op | verleden tijd | opdrukken |
| drukten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opdrukken |
| opdrukke | with-subordinate-clause | opdrukken |
| opdrukkend | onvoltooid deelwoord | opdrukken |
| opdrukkende | woordvorm | opdrukken |
| opdrukt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdrukken |
| opdrukte | subordinate-clause, verleden tijd | opdrukken |
| opdrukten | subordinate-clause, verleden tijd | opdrukken |
| opgedrukt | voltooid deelwoord | opdrukken |
| opgedrukte | woordvorm | opdrukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdrukken zijn vastgelegd.