Naar de inhoud

opdrukken

een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt

opdrukken is meer dan één woord

opdrukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
  2. door druk uit te oefenen iets verhogen
  3. door druk uit te oefenen iets ergens op bevestigen

Vervoeging van opdrukken

opdrukkenhele werkwoord — drukte opverleden tijd enkelvoud — drukten opverleden tijd meervoud — opgedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druk op drukte op
jij drukt op drukte op
hij, zij, het drukt op drukte op
wij drukken op drukten op
jullie drukken op drukten op
zij drukken op drukten op
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
druk op gebiedende wijs
druk u/je op, drukt je op gebiedende wijs
drukte op verleden tijd
er is opgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te drukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal drukken bijzin, toekomende tijd
op zou drukken bijzin, voorwaardelijk
op zouden drukken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt drukken bijzin, voorwaardelijk
op zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen drukken bijzin, toekomende tijd
op zult drukken bijzin, toekomende tijd
opdruk bijzin, tegenwoordige tijd
opdrukkend onvoltooid, deelwoord
opdrukt bijzin, tegenwoordige tijd
opdrukte bijzin, verleden tijd
opdrukten bijzin, verleden tijd
opgedrukt verleden tijd, deelwoord
opgedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me opdrukken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opdrukken bijzin, toekomende tijd
zal opgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich opdrukken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je opdrukken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich opdrukkend onvoltooid, deelwoord
zich opgedrukt hebben verleden tijd
zijn opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opdrukken bijzin, voorwaardelijk
zou opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opdrukken op zou(dt) drukken bijzin, voorwaardelijk
zouden opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opdrukken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opdrukken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je opdrukken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons opdrukken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen opdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opdrukken bijzin, toekomende tijd
zullen opgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord opdruk

Herkomst

samenstelling van op bw en drukken ww

Woordfamilie van opdrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druk op gebiedende wijs opdrukken
drukke op woordvorm opdrukken
drukken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opdrukken
drukt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opdrukken
drukte op verleden tijd opdrukken
drukten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opdrukken
opdrukke with-subordinate-clause opdrukken
opdrukkend onvoltooid deelwoord opdrukken
opdrukkende woordvorm opdrukken
opdrukt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdrukken
opdrukte subordinate-clause, verleden tijd opdrukken
opdrukten subordinate-clause, verleden tijd opdrukken
opgedrukt voltooid deelwoord opdrukken
opgedrukte woordvorm opdrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdrukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opdrukken

Wat betekent opdrukken?
Opdrukken is een werkwoord. Het woord betekent: een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opdrukken?
Je vervoegt opdrukken als volgt: het voltooid deelwoord is opgedrukt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opdrukken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 4
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opdrukken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opdrukken in het kort

opdrukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opdrukken zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opdrukken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opdrukken: een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
Deel opdrukken — standaardnederlands.nl