Naar de inhoud

opbergen

op een veilige plaats wegdoen

opbergen

werkwoord

Betekenis

  1. op een veilige plaats wegdoen

Vervoeging van opbergen

opbergenhele werkwoord — borg opverleden tijd enkelvoud — borgen opverleden tijd meervoud — opgeborgenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik berg op borg op
jij bergt op borg op
hij, zij, het bergt op borg op
wij bergen op borgen op
jullie bergen op borgen op
zij bergen op borgen op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
berg op gebiedende wijs
borg op verleden tijd
er is opgeborgen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeborgen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeborgen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeborgen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeborgen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeborgen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeborgen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeborgen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeborgen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeborgen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeborgen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeborgen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeborgen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te bergen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen bergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal bergen bijzin, toekomende tijd
op zou bergen bijzin, voorwaardelijk
op zouden bergen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt bergen bijzin, voorwaardelijk
op zullen bergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen bergen bijzin, toekomende tijd
op zult bergen bijzin, toekomende tijd
opberg bijzin, tegenwoordige tijd
opbergend onvoltooid, deelwoord
opbergt bijzin, tegenwoordige tijd
opborg bijzin, verleden tijd
opborgen bijzin, verleden tijd
opgeborgen verleden tijd, deelwoord
opgeborgen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeborgen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeborgen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeborgen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeborgen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeborgen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeborgen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeborgen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeborgen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeborgen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgeborgen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opbergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeborgen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeborgen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeborgen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeborgen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeborgen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeborgen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opbergen bijzin, toekomende tijd
zal opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeborgen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeborgen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeborgen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opbergen bijzin, voorwaardelijk
zou opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opbergen op zou(dt) bergen bijzin, voorwaardelijk
zouden opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opbergen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opbergen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeborgen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeborgen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opbergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opbergen bijzin, toekomende tijd
zullen opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeborgen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeborgen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeborgen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeborgen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeborgen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opbergen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en bergen ww

Woordfamilie van opbergen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
berg op gebiedende wijs opbergen
berge op woordvorm opbergen
bergen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opbergen
bergt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opbergen
borg op verleden tijd opbergen
borgen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opbergen
opberg subordinate-clause, tegenwoordige tijd opbergen
opberge with-subordinate-clause opbergen
opbergend onvoltooid deelwoord opbergen
opbergende woordvorm opbergen
opbergt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opbergen
opborg subordinate-clause, verleden tijd opbergen
opborgen subordinate-clause, verleden tijd opbergen
opgeborgen voltooid deelwoord opbergen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opbergen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opbergen

Wat is de betekenis van opbergen?
Opbergen is een werkwoord. De betekenis is: op een veilige plaats wegdoen.
Hoe vervoeg ik opbergen?
Zo vervoeg je opbergen zo: het voltooid deelwoord is opgeborgen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opbergen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. B 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opbergen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. B 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opbergen in het kort

opbergen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opbergen staan er 89 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opbergen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opbergen: op een veilige plaats wegdoen
Deel opbergen — standaardnederlands.nl