oogstbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- te oogsten, als men van de de resultaten van een handeling kan profiteren
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oogstbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| oogstbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| oogstbaarders | partitief, vergrotende trap |
| oogstbaars | partitief, stellende trap |
| oogstbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| oogstbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| oogstbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van oogsten met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van oogstbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oogstbaarder | vergrotende trap | oogstbaar |
| oogstbaardere | verbogen vergrotende trap | oogstbaar |
| oogstbaarders | partitieve vergrotende trap | oogstbaar |
| oogstbaars | partitive, positive | oogstbaar |
| oogstbaarst | uninflected, superlative | oogstbaar |
| oogstbaarste | inflected, superlative | oogstbaar |
| oogstbare | verbogen vorm | oogstbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogstbaar zijn vastgelegd.