Naar de inhoud

ontzilten

van opgelost zout ontdoen, ontzouten

ontzilten

werkwoord

Betekenis

  1. van opgelost zout ontdoen, ontzouten
  2. het zout verliezen

Vervoeging van ontzilten

ontziltenhele werkwoord — ontziltteverleden tijd enkelvoud — ontzilttenverleden tijd meervoud — ontziltvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontzilt ontziltte
jij ontzilt ontziltte
hij, zij, het ontzilt ontziltte
wij ontzilten ontziltten
jullie ontzilten ontziltten
zij ontzilten ontziltten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ontzilt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontzilt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontzilt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontzilt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontzilt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontzilt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontzilt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontzilt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontzilt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontzilt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontzilt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontzilt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontzilt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontzilt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontzilt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzilt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontzilt gebiedende wijs
ontzilt verleden tijd, deelwoord
ontzilt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzilt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzilt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzilt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzilt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzilt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzilt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzilt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzilt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzilt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzilte aanvoegende wijs
ontziltend onvoltooid, deelwoord
ontziltte verleden tijd
te hebben ontzilt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontzilten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontzilten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ontzilt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontzilt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontzilt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ontzilt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ontzilt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontzilt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzilt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontzilt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontzilt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzilt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontzilt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzilt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzilt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontzilt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzilt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzilt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzilten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontzilt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzilten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zilt met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontzilten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontzilt voltooid deelwoord ontzilten
ontzilte aanvoegende wijs ontzilten
ontziltend onvoltooid deelwoord ontzilten
ontziltende woordvorm ontzilten
ontziltte verleden tijd ontzilten
ontziltten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontzilten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontzilten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ontzilten

Wat betekent ontzilten?
Ontzilten is een werkwoord. Het woord betekent: van opgelost zout ontdoen, ontzouten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontzilten?
Je vervoegt ontzilten als volgt: de tegenwoordige tijd is ontzilt, de verleden tijd is ontziltte en het voltooid deelwoord is ontzilt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontzilten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontzilten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontzilten in het kort

ontzilten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontzilten zijn 63 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontzilten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontzilten: van opgelost zout ontdoen, ontzouten
Deel ontzilten — standaardnederlands.nl