ontwassen
werkwoordBetekenis
- door groeien ergens te groot voor worden
- door ontwikkelen voor iets niet meer geschikt zijn
Vervoeging van ontwassen
ontwassenhele werkwoord — ontwiesverleden tijd enkelvoud — ontwiesenverleden tijd meervoud — ontwassenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontwas | ontwies |
| jij | ontwast | ontwies |
| hij, zij, het | ontwast | ontwies |
| wij | ontwassen | ontwiesen |
| jullie | ontwassen | ontwiesen |
| zij | ontwassen | ontwiesen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontwas | gebiedende wijs |
| ontwasse | aanvoegende wijs |
| ontwassen | verleden tijd, deelwoord |
| ontwassen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontwassen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontwassend | onvoltooid, deelwoord |
| ontwies | verleden tijd |
| te ontwassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn ontwassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontwassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontwassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontwassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontwassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontwassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontwassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontwassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ontwassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontwassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ontwassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ontwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ontwassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ontwassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van wassen met het voorvoegsel ont-
Woordfamilie van ontwassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontwas | gebiedende wijs | ontwassen |
| ontwasse | aanvoegende wijs | ontwassen |
| ontwassend | onvoltooid deelwoord | ontwassen |
| ontwassende | woordvorm | ontwassen |
| ontwast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontwassen |
| ontwies | verleden tijd | ontwassen |
| ontwiesen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontwassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontwassen zijn vastgelegd.