Naar de inhoud

ontvolken

zijn bevolking verliezen

ontvolken

werkwoord

Betekenis

  1. zijn bevolking verliezen
  2. van bevolking ontdoen

Vervoeging van ontvolken

ontvolkenhele werkwoord — ontvolkteverleden tijd enkelvoud — ontvolktenverleden tijd meervoud — ontvolktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvolk ontvolkte
jij ontvolkt ontvolkte
hij, zij, het ontvolkt ontvolkte
wij ontvolken ontvolkten
jullie ontvolken ontvolkten
zij ontvolken ontvolkten
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontvolkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontvolkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontvolkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontvolkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontvolkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontvolkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontvolkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontvolkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvolk gebiedende wijs
ontvolke aanvoegende wijs
ontvolkend onvoltooid, deelwoord
ontvolkt verleden tijd, deelwoord
ontvolkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvolkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvolkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvolkt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvolkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvolkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvolkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvolkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvolkt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvolkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvolkte verleden tijd
te ontvolken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontvolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontvolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontvolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontvolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontvolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontvolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontvolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontvolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontvolkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van volk met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontvolken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontvolk gebiedende wijs ontvolken
ontvolke aanvoegende wijs ontvolken
ontvolkend onvoltooid deelwoord ontvolken
ontvolkende woordvorm ontvolken
ontvolkt voltooid deelwoord ontvolken
ontvolkte verleden tijd ontvolken
ontvolkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontvolken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvolken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontvolken

Wat is de betekenis van ontvolken?
Ontvolken is een werkwoord. De betekenis is: zijn bevolking verliezen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontvolken?
Zo vervoeg je ontvolken zo: de tegenwoordige tijd is ontvolk, de verleden tijd is ontvolkte en het voltooid deelwoord is ontvolkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontvolken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontvolken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontvolken in het kort

ontvolken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontvolken staan er 59 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontvolken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontvolken: zijn bevolking verliezen
Deel ontvolken — standaardnederlands.nl