ontvolken
werkwoordBetekenis
- zijn bevolking verliezen
- van bevolking ontdoen
Vervoeging van ontvolken
ontvolkenhele werkwoord — ontvolkteverleden tijd enkelvoud — ontvolktenverleden tijd meervoud — ontvolktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontvolk | ontvolkte |
| jij | ontvolkt | ontvolkte |
| hij, zij, het | ontvolkt | ontvolkte |
| wij | ontvolken | ontvolkten |
| jullie | ontvolken | ontvolkten |
| zij | ontvolken | ontvolkten |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontvolkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontvolkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontvolkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontvolkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontvolkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontvolkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontvolkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontvolkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontvolk | gebiedende wijs |
| ontvolke | aanvoegende wijs |
| ontvolkend | onvoltooid, deelwoord |
| ontvolkt | verleden tijd, deelwoord |
| ontvolkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontvolkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontvolkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontvolkt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontvolkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontvolkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontvolkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontvolkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontvolkt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontvolkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontvolkte | verleden tijd |
| te ontvolken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn ontvolkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontvolken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontvolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontvolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontvolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontvolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontvolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontvolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontvolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontvolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ontvolkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontvolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontvolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ontvolken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ontvolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ontvolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontvolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van volk met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van ontvolken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontvolk | gebiedende wijs | ontvolken |
| ontvolke | aanvoegende wijs | ontvolken |
| ontvolkend | onvoltooid deelwoord | ontvolken |
| ontvolkende | woordvorm | ontvolken |
| ontvolkt | voltooid deelwoord | ontvolken |
| ontvolkte | verleden tijd | ontvolken |
| ontvolkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontvolken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvolken zijn vastgelegd.