Naar de inhoud

ontvaren

ontsnappen, ontvlieden

ontvaren

werkwoord

Betekenis

  1. ontsnappen, ontvlieden

Vervoeging van ontvaren

ontvarenhele werkwoord — ontvaardeverleden tijd enkelvoud — ontvaardenverleden tijd meervoud — ontvarenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvaar ontvaarde
jij ontvaart ontvaarde
hij, zij, het ontvaart ontvaarde
wij ontvaren ontvaarden
jullie ontvaren ontvaarden
zij ontvaren ontvaarden
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvaar gebiedende wijs
ontvaarde verleden tijd
ontvare aanvoegende wijs
ontvaren verleden tijd, deelwoord
ontvaren te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvaren zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvarend onvoltooid, deelwoord
ontvoer verleden tijd
te ontvaren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontvaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontvaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontvaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontvaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontvaren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontvaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van varen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontvaren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontvaar gebiedende wijs ontvaren
ontvaarde verleden tijd ontvaren
ontvaarden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontvaren
ontvaart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontvaren
ontvare aanvoegende wijs ontvaren
ontvarend onvoltooid deelwoord ontvaren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvaren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontvaren

Wat betekent ontvaren?
Ontvaren is een werkwoord. Het woord betekent: ontsnappen, ontvlieden.
Hoe vervoeg je ontvaren?
Je vervoegt ontvaren als volgt: de tegenwoordige tijd is ontvaar, de verleden tijd is ontvaarde en het voltooid deelwoord is ontvaren. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontvaren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontvaren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontvaren in het kort

ontvaren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontvaren zijn 34 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontvaren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontvaren: ontsnappen, ontvlieden
Deel ontvaren — standaardnederlands.nl