Naar de inhoud

ontstijgen

iets overtreffen, meer of beter worden dan iets

ontstijgen

werkwoord

Betekenis

  1. iets overtreffen, meer of beter worden dan iets
  2. voorbij de grenzen van iets gaan

Vervoeging van ontstijgen

ontstijgenhele werkwoord — ontsteegverleden tijd enkelvoud — ontstegenverleden tijd meervoud — ontstegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontstijg ontsteeg
jij ontstijgt ontsteeg
hij, zij, het ontstijgt ontsteeg
wij ontstijgen ontstegen
jullie ontstijgen ontstegen
zij ontstijgen ontstegen
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ontstegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontstegen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontstegen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontstegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontstegen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontstegen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontstegen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontstegen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontstegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontstegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontstegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontstegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontstegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontstegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontstegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontstegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontsteeg verleden tijd
ontstegen verleden tijd, deelwoord
ontstegen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstegen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstegen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstegen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstegen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstegen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstegen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstegen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstijg gebiedende wijs
ontstijge aanvoegende wijs
ontstijgend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontstegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontstijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontstijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ontstegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontstegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontstegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ontstegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ontstegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontstegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontstegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontstegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontstegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontstegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontstegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontstegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontstegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stijgen met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontstijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontsteeg verleden tijd ontstijgen
ontstegen voltooid deelwoord ontstijgen
ontstijg gebiedende wijs ontstijgen
ontstijge aanvoegende wijs ontstijgen
ontstijgend onvoltooid deelwoord ontstijgen
ontstijgende woordvorm ontstijgen
ontstijgt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontstijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontstijgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontstijgen

Wat betekent ontstijgen?
Ontstijgen is een werkwoord. Het woord betekent: iets overtreffen, meer of beter worden dan iets. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontstijgen?
Je vervoegt ontstijgen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontstijg, de verleden tijd is ontsteeg en het voltooid deelwoord is ontstegen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontstijgen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 1
  7. J 4
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontstijgen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 2
  7. J 4
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontstijgen in het kort

ontstijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontstijgen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontstijgen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontstijgen: iets overtreffen, meer of beter worden dan iets
Deel ontstijgen — standaardnederlands.nl