ontstentenis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het niet voorhanden zijn, ontbreken, niet aanwezig zijn, verhinderd zijn (meestal door factoren buiten de macht van de betrokkene bijvoorbeeld ziekte, familieomstandigheden)
- het falen, mislukken
Herkomst
In de betekenis van ‘het niet voorhanden zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1783