Naar de inhoud

ontstemmen

in een slecht humeur brengen

ontstemmen

werkwoord

Betekenis

  1. in een slecht humeur brengen
  2. van stemming geraken

Vervoeging van ontstemmen

ontstemmenhele werkwoord — ontstemdeverleden tijd enkelvoud — ontstemdenverleden tijd meervoud — ontstemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontstem ontstemde
jij ontstemt ontstemde
hij, zij, het ontstemt ontstemde
wij ontstemmen ontstemden
jullie ontstemmen ontstemden
zij ontstemmen ontstemden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontstemd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was ontstemd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd ontstemd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt ontstemd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ontstemd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ontstemd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou ontstemd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou ontstemd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben ontstemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontstem gebiedende wijs
ontstemd verleden tijd, deelwoord
ontstemd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstemd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstemd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstemd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstemd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstemd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstemd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstemd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstemd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstemd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstemde verleden tijd
ontstemme aanvoegende wijs
ontstemmend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn ontstemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontstemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontstemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontstemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontstemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontstemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontstemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontstemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontstemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontstemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontstemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontstemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontstemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontstemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stemmen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontstemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontstem gebiedende wijs ontstemmen
ontstemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontstemmen
ontstemme aanvoegende wijs ontstemmen
ontstemmend onvoltooid deelwoord ontstemmen
ontstemmende woordvorm ontstemmen
ontstemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontstemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontstemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontstemmen

Wat is de betekenis van ontstemmen?
Ontstemmen is een werkwoord. De betekenis is: in een slecht humeur brengen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontstemmen?
Zo vervoeg je ontstemmen zo: de tegenwoordige tijd is ontstem, de verleden tijd is ontstemde en het voltooid deelwoord is ontstemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontstemmen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontstemmen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontstemmen in het kort

ontstemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontstemmen staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontstemmen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontstemmen: in een slecht humeur brengen
Deel ontstemmen — standaardnederlands.nl