Naar de inhoud

ontspringen

ontstaan op een bepaalde plek

ontspringen

werkwoord

Betekenis

  1. ontstaan op een bepaalde plek
  2. uitlopen, uitbotten
  3. ~ + oorzakelijk voorwerp ontkomen aan iets

werkwoord

  1. ~ + oorzakelijk voorwerp ontkomen aan iets (hoofdzakelijk in de uitdrukking de dans ontspringen) ergative

Vervoeging van ontspringen

ontspringenhele werkwoord — ontsprongverleden tijd enkelvoud — ontsprongenverleden tijd meervoud — ontsprongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontspring ontsprong
jij ontspringt ontsprong
hij, zij, het ontspringt ontsprong
wij ontspringen ontsprongen
jullie ontspringen ontsprongen
zij ontspringen ontsprongen
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontsprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontsprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontsprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontsprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontsprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontsprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontsprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontspring gebiedende wijs
ontspringe aanvoegende wijs
ontspringend onvoltooid, deelwoord
ontsprong verleden tijd
ontsprongen verleden tijd, deelwoord
ontsprongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsprongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben ontsprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontspringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontsprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontspringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontsprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ontsnappen aan’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van ontspringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontspring gebiedende wijs ontspringen
ontspringe aanvoegende wijs ontspringen
ontspringend onvoltooid deelwoord ontspringen
ontspringende woordvorm ontspringen
ontspringt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontspringen
ontsprong verleden tijd ontspringen
ontsprongen voltooid deelwoord ontspringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontspringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontspringen

Wat is de betekenis van ontspringen?
Ontspringen is een werkwoord. De betekenis is: ontstaan op een bepaalde plek. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontspringen?
Zo vervoeg je ontspringen zo: de tegenwoordige tijd is ontspring, de verleden tijd is ontsprong en het voltooid deelwoord is ontsprongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontspringen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 3
  6. R 2
  7. I 1
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontspringen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontspringen in het kort

ontspringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontspringen staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontspringen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontspringen: ontstaan op een bepaalde plek
Deel ontspringen — standaardnederlands.nl