Naar de inhoud

ontsluiten

toegankelijk maken.

ontsluiten

werkwoord

Betekenis

  1. toegankelijk maken.

Vervoeging van ontsluiten

ontsluitenhele werkwoord — ontslootverleden tijd enkelvoud — ontslotenverleden tijd meervoud — ontslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontsluit ontsloot
jij ontsluit ontsloot
hij, zij, het ontsluit ontsloot
wij ontsluiten ontsloten
jullie ontsluiten ontsloten
zij ontsluiten ontsloten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontsloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontsloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontsloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontsloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontsloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontsloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontsloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontsloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontsloot verleden tijd
ontsloten verleden tijd, deelwoord
ontsloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsluit gebiedende wijs
ontsluite aanvoegende wijs
ontsluitend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontsloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontsluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van sluiten met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontsluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontsloot verleden tijd ontsluiten
ontsloten voltooid deelwoord ontsluiten
ontsluit gebiedende wijs ontsluiten
ontsluite aanvoegende wijs ontsluiten
ontsluitend onvoltooid deelwoord ontsluiten
ontsluitende woordvorm ontsluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontsluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontsluiten

Wat is de betekenis van ontsluiten?
Ontsluiten is een werkwoord. De betekenis is: toegankelijk maken.
Hoe vervoeg ik ontsluiten?
Zo vervoeg je ontsluiten zo: de tegenwoordige tijd is ontsluit, de verleden tijd is ontsloot en het voltooid deelwoord is ontsloten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontsluiten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontsluiten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontsluiten in het kort

ontsluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontsluiten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontsluiten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontsluiten: toegankelijk maken.
Deel ontsluiten — standaardnederlands.nl