Naar de inhoud

ontschieten

uit het geheugen verdwijnen

ontschieten

werkwoord

Betekenis

  1. uit het geheugen verdwijnen
  2. door ondoordacht iets te zeggen, laten ontvallen

Vervoeging van ontschieten

ontschietenhele werkwoord — ontschootverleden tijd enkelvoud — ontschotenverleden tijd meervoud — ontschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontschiet ontschoot
jij ontschiet ontschoot
hij, zij, het ontschiet ontschoot
wij ontschieten ontschoten
jullie ontschieten ontschoten
zij ontschieten ontschoten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontschiet gebiedende wijs
ontschiete aanvoegende wijs
ontschietend onvoltooid, deelwoord
ontschoot verleden tijd
ontschoten verleden tijd, deelwoord
ontschoten te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontschoten zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te ontschieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schieten met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontschieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontschiet gebiedende wijs ontschieten
ontschiete aanvoegende wijs ontschieten
ontschietend onvoltooid deelwoord ontschieten
ontschietende woordvorm ontschieten
ontschoot verleden tijd ontschieten
ontschoten voltooid deelwoord ontschieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontschieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontschieten

Wat is de betekenis van ontschieten?
Ontschieten is een werkwoord. De betekenis is: uit het geheugen verdwijnen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontschieten?
Zo vervoeg je ontschieten zo: de tegenwoordige tijd is ontschiet, de verleden tijd is ontschoot en het voltooid deelwoord is ontschoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontschieten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 1
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontschieten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontschieten in het kort

ontschieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontschieten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontschieten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontschieten: uit het geheugen verdwijnen
Deel ontschieten — standaardnederlands.nl