Naar de inhoud

ontraden

afraden

ontraden

werkwoord

Betekenis

  1. afraden

Vervoeging van ontraden

ontradenhele werkwoord — ontraaddeverleden tijd enkelvoud — ontraaddenverleden tijd meervoud — ontradenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontraad ontraadde
jij ontraadt ontraadde
hij, zij, het ontraadt ontraadde
wij ontraden ontraadden
jullie ontraden ontraadden
zij ontraden ontraadden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontraad gebiedende wijs
ontraadde verleden tijd
ontrade aanvoegende wijs
ontraden verleden tijd, deelwoord
ontraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontradend onvoltooid, deelwoord
ontried verleden tijd
te hebben ontraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontraden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van ontraden

Vervoeging van ontraden

ontradenhele werkwoord — ontraaddeverleden tijd enkelvoud — ontraaddenverleden tijd meervoud — ontradenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontraad ontraadde
jij ontraadt ontraadde
hij, zij, het ontraadt ontraadde
wij ontraden ontraadden
jullie ontraden ontraadden
zij ontraden ontraadden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontraad gebiedende wijs
ontraadde verleden tijd
ontrade aanvoegende wijs
ontraden verleden tijd, deelwoord
ontraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontradend onvoltooid, deelwoord
ontried verleden tijd
te hebben ontraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontraden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontraden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontraden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontraden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van raden met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontraden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontraad gebiedende wijs ontraden
ontraadde verleden tijd ontraden
ontraadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontraden
ontraadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontraden
ontrade aanvoegende wijs ontraden
ontradend onvoltooid deelwoord ontraden
ontradende woordvorm ontraden
ontried verleden tijd ontraden
ontrieden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontraden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontraden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontraden

Wat betekent ontraden?
Ontraden is een werkwoord. Het woord betekent: afraden.
Hoe vervoeg je ontraden?
Je vervoegt ontraden als volgt: de tegenwoordige tijd is ontraad, de verleden tijd is ontraadde en het voltooid deelwoord is ontraden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontraden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontraden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontraden in het kort

ontraden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontraden zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontraden bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontraden: afraden
Deel ontraden — standaardnederlands.nl