Naar de inhoud

ontkoppelen

een koppeling verbreken

ontkoppelen

werkwoord ɔntˈkɔpələ(n)

Betekenis

  1. een koppeling verbreken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je ontkoppelen uit?

/ɔntˈkɔpələn/

Ontkoppelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈkɔpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
k kat
p pak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontkoppelen

ontkoppelenhele werkwoord — ontkoppeldeverleden tijd enkelvoud — ontkoppeldenverleden tijd meervoud — ontkoppeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontkoppel ontkoppelde
jij ontkoppelt ontkoppelde
hij, zij, het ontkoppelt ontkoppelde
wij ontkoppelen ontkoppelden
jullie ontkoppelen ontkoppelden
zij ontkoppelen ontkoppelden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ontkoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontkoppeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontkoppeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontkoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontkoppeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontkoppeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontkoppeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontkoppeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontkoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontkoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontkoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontkoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontkoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontkoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontkoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontkoppel gebiedende wijs
ontkoppeld verleden tijd, deelwoord
ontkoppeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkoppeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkoppeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkoppeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkoppeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkoppeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkoppeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkoppeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkoppeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkoppeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkoppelde verleden tijd
ontkoppele aanvoegende wijs
ontkoppelend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontkoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontkoppelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontkoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ontkoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontkoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontkoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ontkoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ontkoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontkoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontkoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontkoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontkoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontkoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van koppelen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontkoppelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontkoppel gebiedende wijs ontkoppelen
ontkoppeld voltooid deelwoord ontkoppelen
ontkoppelde verleden tijd ontkoppelen
ontkoppelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontkoppelen
ontkoppele aanvoegende wijs ontkoppelen
ontkoppelend onvoltooid deelwoord ontkoppelen
ontkoppelende woordvorm ontkoppelen
ontkoppelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontkoppelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkoppelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontkoppelen

Hoe spreek ik ontkoppelen uit?
Zo spreek je ontkoppelen uit: /ɔntˈkɔpələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontkoppelen?
Ontkoppelen is een werkwoord. De betekenis is: een koppeling verbreken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontkoppelen?
Zo vervoeg je ontkoppelen zo: de tegenwoordige tijd is ontkoppel, de verleden tijd is ontkoppelde en het voltooid deelwoord is ontkoppeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontkoppelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontkoppelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontkoppelen in het kort

ontkoppelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontkoppelen staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontkoppelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontkoppelen: een koppeling verbreken
Deel ontkoppelen — standaardnederlands.nl