ondertrouwen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich vastleggen om te gaan trouwen, zich verloven
Vervoeging van ondertrouwen
ondertrouwenhele werkwoord — ondertrouwdeverleden tijd enkelvoud — ondertrouwdenverleden tijd meervoud — ondertrouwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ondertrouw | ondertrouwde |
| jij | ondertrouwt | ondertrouwde |
| hij, zij, het | ondertrouwt | ondertrouwde |
| wij | ondertrouwen | ondertrouwden |
| jullie | ondertrouwen | ondertrouwden |
| zij | ondertrouwen | ondertrouwden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondertrouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondertrouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondertrouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ondertrouw | gebiedende wijs |
| ondertrouwd | verleden tijd, deelwoord |
| ondertrouwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondertrouwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondertrouwde | verleden tijd |
| ondertrouwe | aanvoegende wijs |
| ondertrouwend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ondertrouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ondertrouwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondertrouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ondertrouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondertrouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ondertrouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondertrouwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ondertrouw
Herkomst
samenstelling van onder en trouwen
Woordfamilie van ondertrouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondertrouwd | voltooid deelwoord | ondertrouwen |
| ondertrouwde | verleden tijd | ondertrouwen |
| ondertrouwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ondertrouwen |
| ondertrouwe | aanvoegende wijs | ondertrouwen |
| ondertrouwend | onvoltooid deelwoord | ondertrouwen |
| ondertrouwende | woordvorm | ondertrouwen |
| ondertrouwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondertrouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondertrouwen zijn vastgelegd.