onderkomen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- vervallen
- een verblijfplaats met een dak zodat men op zijn minst onder het dat kan schuilen tegen de regen
- onderdak, huisvesting
Vervoeging van onderkomen
onderkomenhele werkwoord — onderkwamverleden tijd enkelvoud — onderkwamenverleden tijd meervoud — onderkomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderkom | onderkwam |
| jij | onderkomt | onderkwaamt |
| hij, zij, het | onderkomt | onderkwam |
| wij | onderkomen | onderkwamen |
| jullie | onderkomen | onderkwamen |
| zij | onderkomen | onderkwamen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderkom | gebiedende wijs |
| onderkome | aanvoegende wijs |
| onderkomen | verleden tijd, deelwoord |
| onderkomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderkomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderkomend | onvoltooid, deelwoord |
| onderkwam | verleden tijd |
| te onderkomen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn onderkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn onderkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen onderkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult onderkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een beschutte verblijfplaats tegen de regen, kou en andere elementen
Woordvorm
- voltooid deelwoord van onderkomen
Vervoeging van onderkomen
onderkomenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van onder en komen
Woordfamilie van onderkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderkom | gebiedende wijs | onderkomen |
| onderkomend | onvoltooid deelwoord | onderkomen |
| onderkomende | woordvorm | onderkomen |
| onderkomens | meervoud | onderkomen |
| onderkomentje | woordvorm | onderkomen |
| onderkomentjes | meervoud | onderkomen |
| onderkomt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderkomen |
| onderkwam | verleden tijd | onderkomen |
| onderkwamen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderkomen zijn vastgelegd.