onderbetalen
werkwoordBetekenis
- te weinig betalen
Vervoeging van onderbetalen
onderbetalenhele werkwoord — onderbetaaldeverleden tijd enkelvoud — onderbetaaldenverleden tijd meervoud — onderbetaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderbetaal | onderbetaalde |
| jij | onderbetaalt | onderbetaalde |
| hij, zij, het | onderbetaalt | onderbetaalde |
| wij | onderbetalen | onderbetaalden |
| jullie | onderbetalen | onderbetaalden |
| zij | onderbetalen | onderbetaalden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is onderbetaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderbetaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderbetaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderbetaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderbetaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderbetaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderbetaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderbetaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderbetaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderbetaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderbetaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderbetaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderbetaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderbetaal | gebiedende wijs |
| onderbetaald | verleden tijd, deelwoord |
| onderbetaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderbetaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderbetaalde | verleden tijd |
| onderbetale | aanvoegende wijs |
| onderbetalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderbetaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderbetalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderbetalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onderbetaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderbetalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onderbetaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderbetalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en betalen ww
Woordfamilie van onderbetalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderbetaal | gebiedende wijs | onderbetalen |
| onderbetaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderbetalen |
| onderbetaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderbetalen |
| onderbetale | aanvoegende wijs | onderbetalen |
| onderbetalend | onvoltooid deelwoord | onderbetalen |
| onderbetalende | woordvorm | onderbetalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderbetalen zijn vastgelegd.