onderbelichten
werkwoordBetekenis
- weinig aandacht aan iets besteden
- te weinig belichten (bij een foto maken)
Vervoeging van onderbelichten
onderbelichtenhele werkwoord — belichtte onderverleden tijd enkelvoud — belichtten onderverleden tijd meervoud — onderbelichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | belicht onder | belichtte onder |
| jij | belicht onder | belichtte onder |
| hij, zij, het | belicht onder | belichtte onder |
| wij | belichten onder | belichtten onder |
| jullie | belichten onder | belichtten onder |
| zij | belichten onder | belichtten onder |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| belicht onder | gebiedende wijs |
| belichtte onder | verleden tijd |
| ben onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderbelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderbelicht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderbelicht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderbelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderbelicht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderbelicht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderbelicht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderbelicht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderbelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderbelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderbelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderbelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderbelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te belichten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen belichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal belichten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou belichten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden belichten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt belichten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen belichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen belichten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult belichten | bijzin, toekomende tijd |
| onderbelicht | verleden tijd, deelwoord |
| onderbelicht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderbelicht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderbelicht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderbelicht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderbelicht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderbelicht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderbelicht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderbelicht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderbelicht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderbelicht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderbelicht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderbelichtend | onvoltooid, deelwoord |
| onderbelichtte | bijzin, verleden tijd |
| onderbelichtten | bijzin, verleden tijd |
| te hebben onderbelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderbelichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderbelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderbelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderbelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderbelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderbelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderbelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderbelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderbelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderbelichten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderbelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderbelichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) onderbelichten onder zou(dt) belichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderbelichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt onderbelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderbelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderbelichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderbelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderbelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderbelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderbelichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderbelichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderbelichten | bijzin, toekomende tijd |
| zult onderbelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderbelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en belichten ww
Woordfamilie van onderbelichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belicht onder | gebiedende wijs | onderbelichten |
| belichte onder | woordvorm | onderbelichten |
| belichten onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderbelichten |
| belichtte onder | verleden tijd | onderbelichten |
| belichtten onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderbelichten |
| onderbelichtend | onvoltooid deelwoord | onderbelichten |
| onderbelichtende | woordvorm | onderbelichten |
| onderbelichtte | subordinate-clause, verleden tijd | onderbelichten |
| onderbelichtten | subordinate-clause, verleden tijd | onderbelichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderbelichten zijn vastgelegd.