omvliegen
werkwoord ˈɔmvliɣə(n)Betekenis
- snel voorbijgaan
- (ergens) omheen vliegen
Hoe spreek je omvliegen uit?
/ˈɔmvlixən/
Omvliegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omvliegen
omvliegenhele werkwoord — omvloogverleden tijd enkelvoud — omvlogenverleden tijd meervoud — omgevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omvlieg | omvloog |
| jij | omvliegt | omvloog |
| hij, zij, het | omvliegt | omvloog |
| wij | vliegen om | omvlogen |
| jullie | vliegen om | omvlogen |
| zij | vliegen om | omvlogen |
Alle 197 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omvlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omvlogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omvlogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omvlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omvlogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omvlogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omvlogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omvlogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| omgevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| omgevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlieg | gebiedende wijs |
| omvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omvliege | aanvoegende wijs |
| omvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| omvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omvlogen | verleden tijd, deelwoord |
| omvlogen | bijzin, verleden tijd |
| omvlogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvlogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvlogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvloog | bijzin, verleden tijd |
| te hebben omvlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn omgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg om | gebiedende wijs |
| vloog om | verleden tijd |
| waart omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omvlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn omgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijt omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
werkwoord
- omheen vliegen transitive
Vervoeging van omvliegen
omvliegenhele werkwoord — omvloogverleden tijd enkelvoud — omvlogenverleden tijd meervoud — omgevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omvlieg | omvloog |
| jij | omvliegt | omvloog |
| hij, zij, het | omvliegt | omvloog |
| wij | vliegen om | omvlogen |
| jullie | vliegen om | omvlogen |
| zij | vliegen om | omvlogen |
Alle 197 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omvlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omvlogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omvlogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omvlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omvlogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omvlogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omvlogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omvlogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| omgevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| omgevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlieg | gebiedende wijs |
| omvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omvliege | aanvoegende wijs |
| omvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| omvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omvlogen | verleden tijd, deelwoord |
| omvlogen | bijzin, verleden tijd |
| omvlogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvlogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvlogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvlogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvlogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvloog | bijzin, verleden tijd |
| omvlíégen | canonical |
| te hebben omvlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn omgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg om | gebiedende wijs |
| vloog om | verleden tijd |
| waart omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omvlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omvlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn omgevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijt omvlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omvlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van om bw en vliegen ww
Woordfamilie van omvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgevlogen | voltooid deelwoord | omvliegen |
| omvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omvliegen |
| omvliege | aanvoegende wijs | omvliegen |
| omvliegend | onvoltooid deelwoord | omvliegen |
| omvliegende | woordvorm | omvliegen |
| omvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omvliegen |
| omvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | omvliegen |
| omvloog | subordinate-clause, verleden tijd | omvliegen |
| vlieg om | gebiedende wijs | omvliegen |
| vliege om | woordvorm | omvliegen |
| vliegen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omvliegen |
| vliegt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omvliegen |
| vlogen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omvliegen |
| vloog om | verleden tijd | omvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omvliegen zijn vastgelegd.