Naar de inhoud

omvliegen

snel voorbijgaan

omvliegen

werkwoord ˈɔmvliɣə(n)

Betekenis

  1. snel voorbijgaan
  2. (ergens) omheen vliegen

Hoe spreek je omvliegen uit?

/ˈɔmvlixən/

Omvliegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmvlixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
v vis
l land
i riet
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van omvliegen

omvliegenhele werkwoord — omvloogverleden tijd enkelvoud — omvlogenverleden tijd meervoud — omgevlogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik omvlieg omvloog
jij omvliegt omvloog
hij, zij, het omvliegt omvloog
wij vliegen om omvlogen
jullie vliegen om omvlogen
zij vliegen om omvlogen
Alle 197 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omvlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omvlogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omvlogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omvlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omvlogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omvlogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omvlogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omvlogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te vliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal vliegen bijzin, toekomende tijd
om zou vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zouden vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen vliegen bijzin, toekomende tijd
om zult vliegen bijzin, toekomende tijd
omgevlogen verleden tijd, deelwoord
omgevlogen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgevlogen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlieg gebiedende wijs
omvlieg bijzin, tegenwoordige tijd
omvliege aanvoegende wijs
omvliegend onvoltooid, deelwoord
omvliegt bijzin, tegenwoordige tijd
omvlogen verleden tijd, deelwoord
omvlogen bijzin, verleden tijd
omvlogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvlogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvlogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvlogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvlogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvloog bijzin, verleden tijd
te hebben omvlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te omvliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omvliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlieg om gebiedende wijs
vloog om verleden tijd
waart omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omvliegen bijzin, toekomende tijd
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omvlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn omgevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omvliegen bijzin, voorwaardelijk
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon

werkwoord

  1. omheen vliegen transitive

Vervoeging van omvliegen

omvliegenhele werkwoord — omvloogverleden tijd enkelvoud — omvlogenverleden tijd meervoud — omgevlogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik omvlieg omvloog
jij omvliegt omvloog
hij, zij, het omvliegt omvloog
wij vliegen om omvlogen
jullie vliegen om omvlogen
zij vliegen om omvlogen
Alle 197 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omvlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omvlogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omvlogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omvlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omvlogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omvlogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omvlogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omvlogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te vliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal vliegen bijzin, toekomende tijd
om zou vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zouden vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt vliegen bijzin, voorwaardelijk
om zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen vliegen bijzin, toekomende tijd
om zult vliegen bijzin, toekomende tijd
omgevlogen verleden tijd, deelwoord
omgevlogen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgevlogen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlieg gebiedende wijs
omvlieg bijzin, tegenwoordige tijd
omvliege aanvoegende wijs
omvliegend onvoltooid, deelwoord
omvliegt bijzin, tegenwoordige tijd
omvlogen verleden tijd, deelwoord
omvlogen bijzin, verleden tijd
omvlogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvlogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvlogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvlogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvlogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvlogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvlogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvloog bijzin, verleden tijd
omvlíégen canonical
te hebben omvlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te omvliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn omgevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omvliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlieg om gebiedende wijs
vloog om verleden tijd
waart omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omvlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omvlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omvliegen bijzin, toekomende tijd
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omvlogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omvlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn omgevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijt omvlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omvliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omvliegen bijzin, voorwaardelijk
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvlogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omvlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van om bw en vliegen ww

Woordfamilie van omvliegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgevlogen voltooid deelwoord omvliegen
omvlieg subordinate-clause, tegenwoordige tijd omvliegen
omvliege aanvoegende wijs omvliegen
omvliegend onvoltooid deelwoord omvliegen
omvliegende woordvorm omvliegen
omvliegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omvliegen
omvlogen subordinate-clause, verleden tijd omvliegen
omvloog subordinate-clause, verleden tijd omvliegen
vlieg om gebiedende wijs omvliegen
vliege om woordvorm omvliegen
vliegen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omvliegen
vliegt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omvliegen
vlogen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omvliegen
vloog om verleden tijd omvliegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omvliegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omvliegen

Hoe spreek je omvliegen uit?
De uitspraak van omvliegen is: /ˈɔmvliɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent omvliegen?
Omvliegen is een werkwoord. Het woord betekent: snel voorbijgaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je omvliegen?
Je vervoegt omvliegen als volgt: de tegenwoordige tijd is omvlieg, de verleden tijd is omvloog en het voltooid deelwoord is omgevlogen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omvliegen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. L 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omvliegen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. L 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omvliegen in het kort

omvliegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van omvliegen zijn 109 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omvliegen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omvliegen: snel voorbijgaan
Deel omvliegen — standaardnederlands.nl