omverslaan
werkwoord ɔmˈvɛrslanBetekenis
- (van een boot) omslaan
- door slaan omgooien
Hoe spreek je omverslaan uit?
/ɔmˈvɛrslan/
Omverslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- omslaan ergative
Vervoeging van omverslaan
omverslaanhele werkwoord — sloeg omververleden tijd enkelvoud — sloegen omververleden tijd meervoud — omvergeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla omver | sloeg omver |
| jij | slaat omver | sloeg omver |
| hij, zij, het | slaat omver | sloeg omver |
| wij | slaan omver | sloegen omver |
| jullie | slaan omver | sloegen omver |
| zij | slaan omver | sloegen omver |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omvergeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omvergeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omvergeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omvergeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omvergeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omvergeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omvergeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omvergeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omver te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omver te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omver zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omver zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omver zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omver zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omvergeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| omvergeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvergeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvergeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvergeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvergeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvergeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvergeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvergeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvergeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvergeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omversla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omverslaand | onvoltooid, deelwoord |
| omverslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omversloeg | bijzin, verleden tijd |
| omversloegen | bijzin, verleden tijd |
| sla omver | gebiedende wijs |
| sloeg omver | verleden tijd |
| te hebben omvergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omverslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omvergeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omvergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omverslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omvergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omverslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omverslaan omver zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omverslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omvergeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omverslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omvergeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omverslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omverslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omverslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult omvergeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van omver en slaan
Woordfamilie van omverslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omvergeslagen | voltooid deelwoord | omverslaan |
| omversla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omverslaan |
| omverslaand | onvoltooid deelwoord | omverslaan |
| omverslaande | woordvorm | omverslaan |
| omverslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omverslaan |
| omversloeg | subordinate-clause, verleden tijd | omverslaan |
| omversloegen | subordinate-clause, verleden tijd | omverslaan |
| sla omver | gebiedende wijs | omverslaan |
| slaan omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omverslaan |
| slaat omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omverslaan |
| sloeg omver | verleden tijd | omverslaan |
| sloegen omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omverslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omverslaan zijn vastgelegd.