omvatten
werkwoordBetekenis
- binnen zich insluiten
Vervoeging van omvatten
omvattenhele werkwoord — omvatteverleden tijd enkelvoud — omvatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omvat | omvatte |
| jij | omvat | omvatte |
| hij, zij, het | omvat | omvatte |
| wij | omvatten | — |
| jullie | omvatten | — |
| zij | omvatten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omvat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omvat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omvat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omvat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omvat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omvat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omvat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omvat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omvat | gebiedende wijs |
| omvat | verleden tijd, deelwoord |
| omvat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvatte | verleden tijd |
| omvatte | aanvoegende wijs |
| omvattend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omvat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van omvatten
Vervoeging van omvatten
omvattenhele werkwoord — omvatteverleden tijd enkelvoud — omvatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omvat | omvatte |
| jij | omvat | omvatte |
| hij, zij, het | omvat | omvatte |
| wij | omvatten | — |
| jullie | omvatten | — |
| zij | omvatten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omvat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omvat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omvat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omvat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omvat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omvat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omvat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omvat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omvat | gebiedende wijs |
| omvat | verleden tijd, deelwoord |
| omvat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omvat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omvat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omvatte | verleden tijd |
| omvatte | aanvoegende wijs |
| omvattend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omvat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omvat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omvat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omvat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omvat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omvatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult omvat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omvatten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om bw en vatten ww
Woordfamilie van omvatten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omvat | voltooid deelwoord | omvatten |
| omvatte | verleden tijd | omvatten |
| omvattend | onvoltooid deelwoord | omvatten |
| omvattende | woordvorm | omvatten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omvatten zijn vastgelegd.