Naar de inhoud

omrollen

zich rollend bewegen, omwentelen

omrollen

werkwoord

Betekenis

  1. zich rollend bewegen, omwentelen
  2. rollend omvallen
  3. door rollen omgooien
  4. omwentelen

Vervoeging van omrollen

omrollenhele werkwoord — rolde omverleden tijd enkelvoud — rolden omverleden tijd meervoud — omgeroldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rol om rolde om
jij rolt om rolde om
hij, zij, het rolt om rolde om
wij rollen om rolden om
jullie rollen om rolden om
zij rollen om rolden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgerold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgerold impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgerold impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgerold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgerold worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgerold zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgerold worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgerold zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgerold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgerold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgerold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgerold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgerold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te rollen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen rollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal rollen bijzin, toekomende tijd
om zou rollen bijzin, voorwaardelijk
om zouden rollen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt rollen bijzin, voorwaardelijk
om zullen rollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen rollen bijzin, toekomende tijd
om zult rollen bijzin, toekomende tijd
omgerold verleden tijd, deelwoord
omgerold te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgerold te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgerold te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgerold te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgerold te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgerold worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgerold zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgerold zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgerold zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgerold zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omrol bijzin, tegenwoordige tijd
omrolde bijzin, verleden tijd
omrolden bijzin, verleden tijd
omrollend onvoltooid, deelwoord
omrolt bijzin, tegenwoordige tijd
rol om gebiedende wijs
rolde om verleden tijd
te hebben omgerold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omrollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgerold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgerold voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgerold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgerold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgerold voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgerold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgerold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgerold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgerold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omrollen bijzin, toekomende tijd
zijn omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgerold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omrollen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omrollen om zou(dt) rollen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omrollen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgerold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgerold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omrollen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgerold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgerold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgerold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgerold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omrollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omrollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omrollen bijzin, toekomende tijd
zult omgerold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om en rollen

Woordfamilie van omrollen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgerold voltooid deelwoord omrollen
omgerolde woordvorm omrollen
omrol subordinate-clause, tegenwoordige tijd omrollen
omrolde subordinate-clause, verleden tijd omrollen
omrolden subordinate-clause, verleden tijd omrollen
omrolle with-subordinate-clause omrollen
omrollend onvoltooid deelwoord omrollen
omrollende woordvorm omrollen
omrolt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omrollen
rol om gebiedende wijs omrollen
rolde om verleden tijd omrollen
rolden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omrollen
rolle om woordvorm omrollen
rollen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omrollen
rolt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omrollen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omrollen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omrollen

Wat betekent omrollen?
Omrollen is een werkwoord. Het woord betekent: zich rollend bewegen, omwentelen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je omrollen?
Je vervoegt omrollen als volgt: het voltooid deelwoord is omgerold. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omrollen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omrollen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omrollen in het kort

omrollen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van omrollen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omrollen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omrollen: zich rollend bewegen, omwentelen
Deel omrollen — standaardnederlands.nl