omrollen
werkwoordBetekenis
- zich rollend bewegen, omwentelen
- rollend omvallen
- door rollen omgooien
- omwentelen
Vervoeging van omrollen
omrollenhele werkwoord — rolde omverleden tijd enkelvoud — rolden omverleden tijd meervoud — omgeroldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rol om | rolde om |
| jij | rolt om | rolde om |
| hij, zij, het | rolt om | rolde om |
| wij | rollen om | rolden om |
| jullie | rollen om | rolden om |
| zij | rollen om | rolden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgerold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgerold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgerold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgerold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgerold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgerold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgerold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgerold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgerold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgerold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgerold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgerold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgerold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te rollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen rollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal rollen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou rollen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden rollen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt rollen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen rollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen rollen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult rollen | bijzin, toekomende tijd |
| omgerold | verleden tijd, deelwoord |
| omgerold te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgerold te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgerold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgerold te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgerold te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgerold worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgerold zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgerold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgerold zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgerold zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omrol | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omrolde | bijzin, verleden tijd |
| omrolden | bijzin, verleden tijd |
| omrollend | onvoltooid, deelwoord |
| omrolt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rol om | gebiedende wijs |
| rolde om | verleden tijd |
| te hebben omgerold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omrollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgerold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgerold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgerold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgerold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgerold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgerold | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgerold | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgerold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgerold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omrollen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgerold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omrollen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omrollen om zou(dt) rollen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omrollen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgerold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgerold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omrollen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgerold worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgerold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgerold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgerold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omrollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omrollen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omrollen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgerold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en rollen
Woordfamilie van omrollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgerold | voltooid deelwoord | omrollen |
| omgerolde | woordvorm | omrollen |
| omrol | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omrollen |
| omrolde | subordinate-clause, verleden tijd | omrollen |
| omrolden | subordinate-clause, verleden tijd | omrollen |
| omrolle | with-subordinate-clause | omrollen |
| omrollend | onvoltooid deelwoord | omrollen |
| omrollende | woordvorm | omrollen |
| omrolt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omrollen |
| rol om | gebiedende wijs | omrollen |
| rolde om | verleden tijd | omrollen |
| rolden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omrollen |
| rolle om | woordvorm | omrollen |
| rollen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omrollen |
| rolt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omrollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omrollen zijn vastgelegd.