Naar de inhoud

omroeren

door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken

omroeren

werkwoord

Betekenis

  1. door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van omroeren

omroerenhele werkwoord — roerde omverleden tijd enkelvoud — roerden omverleden tijd meervoud — omgeroerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roer om roerde om
jij roert om roerde om
hij, zij, het roert om roerde om
wij roeren om roerden om
jullie roeren om roerden om
zij roeren om roerden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgeroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgeroerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgeroerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgeroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgeroerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgeroerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgeroerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgeroerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgeroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgeroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgeroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgeroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgeroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te roeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen roeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal roeren bijzin, toekomende tijd
om zou roeren bijzin, voorwaardelijk
om zouden roeren bijzin, voorwaardelijk
om zoudt roeren bijzin, voorwaardelijk
om zullen roeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen roeren bijzin, toekomende tijd
om zult roeren bijzin, toekomende tijd
omgeroerd verleden tijd, deelwoord
omgeroerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgeroerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgeroerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeroerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeroerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeroerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgeroerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgeroerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgeroerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgeroerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omroer bijzin, tegenwoordige tijd
omroerde bijzin, verleden tijd
omroerden bijzin, verleden tijd
omroerend onvoltooid, deelwoord
omroert bijzin, tegenwoordige tijd
roer om gebiedende wijs
roerde om verleden tijd
te hebben omgeroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omroeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgeroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgeroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgeroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgeroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgeroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgeroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgeroerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgeroerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omroeren bijzin, toekomende tijd
zijn omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgeroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omroeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omroeren om zou(dt) roeren bijzin, voorwaardelijk
zouden omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omroeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgeroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgeroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omroeren bijzin, voorwaardelijk
zullen omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgeroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgeroerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgeroerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgeroerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omroeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omroeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omroeren bijzin, toekomende tijd
zult omgeroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om en roeren ww

Woordfamilie van omroeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgeroerd voltooid deelwoord omroeren
omgeroerde woordvorm omroeren
omroer subordinate-clause, tegenwoordige tijd omroeren
omroerde subordinate-clause, verleden tijd omroeren
omroerden subordinate-clause, verleden tijd omroeren
omroere with-subordinate-clause omroeren
omroerend onvoltooid deelwoord omroeren
omroerende woordvorm omroeren
omroert subordinate-clause, tegenwoordige tijd omroeren
roer om gebiedende wijs omroeren
roerde om verleden tijd omroeren
roerden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omroeren
roere om woordvorm omroeren
roeren om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omroeren
roert om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omroeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omroeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omroeren

Wat betekent omroeren?
Omroeren is een werkwoord. Het woord betekent: door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je omroeren?
Je vervoegt omroeren als volgt: het voltooid deelwoord is omgeroerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omroeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omroeren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omroeren in het kort

omroeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van omroeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omroeren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omroeren: door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken
Deel omroeren — standaardnederlands.nl