omroeren
werkwoordBetekenis
- door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van omroeren
omroerenhele werkwoord — roerde omverleden tijd enkelvoud — roerden omverleden tijd meervoud — omgeroerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roer om | roerde om |
| jij | roert om | roerde om |
| hij, zij, het | roert om | roerde om |
| wij | roeren om | roerden om |
| jullie | roeren om | roerden om |
| zij | roeren om | roerden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgeroerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgeroerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgeroerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgeroerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgeroerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgeroerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgeroerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgeroerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeroerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te roeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen roeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal roeren | bijzin, toekomende tijd |
| om zou roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen roeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen roeren | bijzin, toekomende tijd |
| om zult roeren | bijzin, toekomende tijd |
| omgeroerd | verleden tijd, deelwoord |
| omgeroerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeroerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeroerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeroerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeroerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeroerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeroerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeroerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeroerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeroerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omroer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omroerde | bijzin, verleden tijd |
| omroerden | bijzin, verleden tijd |
| omroerend | onvoltooid, deelwoord |
| omroert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| roer om | gebiedende wijs |
| roerde om | verleden tijd |
| te hebben omgeroerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omroeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omroeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omroeren om zou(dt) roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omroeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omroeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en roeren ww
Woordfamilie van omroeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgeroerd | voltooid deelwoord | omroeren |
| omgeroerde | woordvorm | omroeren |
| omroer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omroeren |
| omroerde | subordinate-clause, verleden tijd | omroeren |
| omroerden | subordinate-clause, verleden tijd | omroeren |
| omroere | with-subordinate-clause | omroeren |
| omroerend | onvoltooid deelwoord | omroeren |
| omroerende | woordvorm | omroeren |
| omroert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omroeren |
| roer om | gebiedende wijs | omroeren |
| roerde om | verleden tijd | omroeren |
| roerden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omroeren |
| roere om | woordvorm | omroeren |
| roeren om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omroeren |
| roert om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omroeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omroeren zijn vastgelegd.