omrijden
werkwoord ˈɔmrɛidə(n)Betekenis
- een langere weg berijden dan gebruikelijk
- langs een langere weg dan gebruikelijk naar een bepaalde plek gaan
Hoe spreek je omrijden uit?
/ˈɔmrɛidən/
Omrijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omrijden
omrijdenhele werkwoord — reed omverleden tijd enkelvoud — reden omverleden tijd meervoud — omgeredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rij om | reed om |
| jij | rijdt om | reed om |
| hij, zij, het | rijdt om | reed om |
| wij | rijden om | reden om |
| jullie | rijden om | reden om |
| zij | rijden om | reden om |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is omgereden | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was omgereden | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd omgereden | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt omgereden | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal omgereden worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal omgereden zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou omgereden worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou omgereden zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. rij om/ rijd om | gebiedende wijs |
| hebben omgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| om te rijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
| om zou rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen rijden | bijzin, toekomende tijd |
| om zult rijden | bijzin, toekomende tijd |
| omgereden | verleden tijd, deelwoord |
| omgereden te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgereden zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omreden | bijzin, verleden tijd |
| omreed | bijzin, verleden tijd |
| omreedt | bijzin, verleden tijd |
| omrij | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omrijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| omrijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| reed om | verleden tijd |
| te hebben/zijn omgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omrijden om zou(dt) rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult omrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omrijden om zult/zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om bw en rijden ww
Woordfamilie van omrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgereden | voltooid deelwoord | omrijden |
| omreed | subordinate-clause, verleden tijd | omrijden |
| omrij | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omrijden |
| omrijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omrijden |
| omrijde | with-subordinate-clause | omrijden |
| omrijdend | onvoltooid deelwoord | omrijden |
| omrijdende | woordvorm | omrijden |
| omrijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omrijden |
| reden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omrijden |
| reed om | verleden tijd | omrijden |
| rij om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | omrijden |
| rijd om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | omrijden |
| rijde om | woordvorm | omrijden |
| rijden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omrijden |
| rijdt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omrijden zijn vastgelegd.