omringen
werkwoordBetekenis
- aan alle kanten omgeven
Vervoeging van omringen
omringenhele werkwoord — omringdeverleden tijd enkelvoud — omringdenverleden tijd meervoud — omringdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omring | omringde |
| jij | omringt | omringde |
| hij, zij, het | omringt | omringde |
| wij | omringen | omringden |
| jullie | omringen | omringden |
| zij | omringen | omringden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omringd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omringd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omringd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omringd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omringd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omringd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omringd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omringd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omringd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omring | gebiedende wijs |
| omringd | verleden tijd, deelwoord |
| omringd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omringd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omringd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omringd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omringd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omringd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omringd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omringd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omringd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omringd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omringde | verleden tijd |
| omringe | aanvoegende wijs |
| omringend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omringd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult omringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omringd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en ringen
Woordfamilie van omringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omring | gebiedende wijs | omringen |
| omringd | voltooid deelwoord | omringen |
| omringde | verleden tijd | omringen |
| omringden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omringen |
| omringe | aanvoegende wijs | omringen |
| omringt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omringen zijn vastgelegd.