omkopen
werkwoord /ˈɔmkopə(n)/Betekenis
- (iemand ~) met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
Hoe spreek je omkopen uit?
/ˈɔmkopən/
Omkopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken transitive
Vervoeging van omkopen
omkopenhele werkwoord — kocht omverleden tijd enkelvoud — kochten omverleden tijd meervoud — omgekochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koop om | kocht om |
| jij | koopt om | kocht om |
| hij, zij, het | koopt om | kocht om |
| wij | kopen om | kochten om |
| jullie | kopen om | kochten om |
| zij | kopen om | kochten om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgekocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgekocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgekocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgekocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgekocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgekocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kocht om | verleden tijd |
| koop om | gebiedende wijs |
| om te kopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal kopen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen kopen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult kopen | bijzin, toekomende tijd |
| omgekocht | verleden tijd, deelwoord |
| omgekocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgekocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgekocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgekocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgekocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgekocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgekocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omkocht | bijzin, verleden tijd |
| omkochten | bijzin, verleden tijd |
| omkoop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omkoopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omkopend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omgekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omkopen om zou(dt) kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en kopen
Woordfamilie van omkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kocht om | verleden tijd | omkopen |
| kochten om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omkopen |
| koop om | gebiedende wijs | omkopen |
| koopt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omkopen |
| kope om | woordvorm | omkopen |
| kopen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omkopen |
| omgekocht | voltooid deelwoord | omkopen |
| omgekochte | woordvorm | omkopen |
| omkocht | subordinate-clause, verleden tijd | omkopen |
| omkochten | subordinate-clause, verleden tijd | omkopen |
| omkoop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkopen |
| omkoopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkopen |
| omkope | with-subordinate-clause | omkopen |
| omkopend | onvoltooid deelwoord | omkopen |
| omkopende | woordvorm | omkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omkopen zijn vastgelegd.