omhooggaan
werkwoord ɔmˈhoxanBetekenis
- naar boven gaan
Hoe spreek je omhooggaan uit?
/ɔmˈhoxan/
Omhooggaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| h | hoed |
| o | boot |
| x | acht |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omhooggaan
omhooggaanhele werkwoord — ging omhoogverleden tijd enkelvoud — gingen omhoogverleden tijd meervoud — omhooggegaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ga omhoog | ging omhoog |
| jij | gaat omhoog | ging omhoog |
| hij, zij, het | gaat omhoog | ging omhoog |
| wij | gaan omhoog | gingen omhoog |
| jullie | gaan omhoog | gingen omhoog |
| zij | gaan omhoog | gingen omhoog |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| ga omhoog | gebiedende wijs |
| ging omhoog | verleden tijd |
| is omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhoog te gaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhoog te zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhoog zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zou gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zouden gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zoudt gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoog zullen gaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zult gaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhoogga | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhooggaand | onvoltooid, deelwoord |
| omhooggaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhooggegaan | verleden tijd, deelwoord |
| omhooggegaan te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggegaan zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoogging | bijzin, verleden tijd |
| omhooggingen | bijzin, verleden tijd |
| te zijn omhooggegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhooggaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhooggegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omhooggaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn omhooggegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhooggegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omhooggaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) omhooggaan omhoog zou(dt) gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omhooggaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omhooggaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omhooggegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen omhooggaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omhooggaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult omhooggaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omhooggaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult omhooggegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal omhooggaan omhoog zult/zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van omhoog bw en gaan ww
Woordfamilie van omhooggaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ga omhoog | gebiedende wijs | omhooggaan |
| gaan omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omhooggaan |
| gaat omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhooggaan |
| ging omhoog | verleden tijd | omhooggaan |
| gingen omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhooggaan |
| omhoogga | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhooggaan |
| omhooggaand | onvoltooid deelwoord | omhooggaan |
| omhooggaande | woordvorm | omhooggaan |
| omhooggaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhooggaan |
| omhooggegaan | voltooid deelwoord | omhooggaan |
| omhoogging | subordinate-clause, verleden tijd | omhooggaan |
| omhooggingen | subordinate-clause, verleden tijd | omhooggaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhooggaan zijn vastgelegd.