oeverloper
zelfstandig naamwoord ˈuvərˌlopərBetekenis
- een kleine steltloper uit het w:palearctisch|palearctisch gebied behorend tot de familie der strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- een loopkever die behoort tot de familie loopkevers (Carabidae) met een zwarte kleur met een iets metaalachtige glans
Hoe spreek je oeverloper uit?
/ˈuvərˌlopər/
Oeverloper bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| u | boek |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort kleine vogel uit het palearctisch gebied, Actitis hypoleucos uit de familie der strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- bepaald soort tor, Nebria brevicollis uit de familie loopkevers (Carabidae) met een zwarte kleur met een iets metaalachtige glans
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oeverlopers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oever zn en loper zn