occuperen
werkwoordBetekenis
- zich bezighouden
- optreden
- bezetten, bezit nemen van
Vervoeging van occuperen
occuperenhele werkwoord — occupeerdeverleden tijd enkelvoud — occupeerdenverleden tijd meervoud — geoccupeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | occupeer | occupeerde |
| jij | occupeert | occupeerde |
| hij, zij, het | occupeert | occupeerde |
| wij | occuperen | occupeerden |
| jullie | occuperen | occupeerden |
| zij | occuperen | occupeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geoccupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geoccupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geoccupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geoccupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geoccupeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geoccupeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geoccupeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geoccupeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geoccupeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geoccupeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geoccupeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geoccupeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geoccupeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geoccupeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geoccupeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geoccupeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geoccupeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geoccupeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geoccupeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geoccupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| occupeer | gebiedende wijs |
| occupeerde | verleden tijd |
| occupere | aanvoegende wijs |
| occuperend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geoccupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te occuperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen occuperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geoccupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geoccupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geoccupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geoccupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geoccupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen occuperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geoccupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geoccupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geoccupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult occuperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zich bezighouden’ voor het eerst aangetroffen in 1520
Woordfamilie van occuperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geoccupeerd | voltooid deelwoord | occuperen |
| occupeer | gebiedende wijs | occuperen |
| occupeerde | verleden tijd | occuperen |
| occupeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | occuperen |
| occupeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | occuperen |
| occupere | aanvoegende wijs | occuperen |
| occuperend | onvoltooid deelwoord | occuperen |
| occuperende | woordvorm | occuperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van occuperen zijn vastgelegd.