Naar de inhoud

obstrueren

een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt

obstrueren

werkwoord

Betekenis

  1. een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
  2. de door- of voortgang belemmeren

Vervoeging van obstrueren

obstruerenhele werkwoord — obstrueerdeverleden tijd enkelvoud — obstrueerdenverleden tijd meervoud — geobstrueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik obstrueer obstrueerde
jij obstrueert obstrueerde
hij, zij, het obstrueert obstrueerde
wij obstrueren obstrueerden
jullie obstrueren obstrueerden
zij obstrueren obstrueerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geobstrueerd verleden tijd, deelwoord
geobstrueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geobstrueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geobstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geobstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geobstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geobstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geobstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geobstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geobstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geobstrueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geobstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
obstrueer gebiedende wijs
obstrueerde verleden tijd
obstruere aanvoegende wijs
obstruerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geobstrueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te obstrueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen obstrueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geobstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen obstrueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geobstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult obstrueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse obstruer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van obstrueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geobstrueerd voltooid deelwoord obstrueren
geobstrueerde woordvorm obstrueren
obstrueer gebiedende wijs obstrueren
obstrueerde verleden tijd obstrueren
obstrueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon obstrueren
obstrueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon obstrueren
obstruere aanvoegende wijs obstrueren
obstruerend onvoltooid deelwoord obstrueren
obstruerende woordvorm obstrueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van obstrueren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over obstrueren

Wat betekent obstrueren?
Obstrueren is een werkwoord. Het woord betekent: een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je obstrueren?
Je vervoegt obstrueren als volgt: de tegenwoordige tijd is obstrueer, de verleden tijd is obstrueerde en het voltooid deelwoord is geobstrueerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord obstrueren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. B 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. U 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

obstrueren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. B 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. U 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

obstrueren in het kort

obstrueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van obstrueren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort obstrueren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

obstrueren: een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
Deel obstrueren — standaardnederlands.nl