obsederen
werkwoordBetekenis
- in buitensporige, ziekelijke en dwangmatige mate boeien
Vervoeging van obsederen
obsederenhele werkwoord — obsedeerdeverleden tijd enkelvoud — obsedeerdenverleden tijd meervoud — geobsedeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | obsedeer | obsedeerde |
| jij | obsedeert | obsedeerde |
| hij, zij, het | obsedeert | obsedeerde |
| wij | obsederen | obsedeerden |
| jullie | obsederen | obsedeerden |
| zij | obsederen | obsedeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geobsedeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geobsedeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geobsedeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geobsedeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geobsedeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geobsedeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geobsedeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geobsedeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geobsedeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geobsedeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geobsedeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geobsedeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geobsedeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geobsedeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geobsedeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geobsedeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geobsedeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geobsedeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geobsedeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geobsedeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| obsedeer | gebiedende wijs |
| obsedeerde | verleden tijd |
| obsedere | aanvoegende wijs |
| obsederend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geobsedeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te obsederen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen obsederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geobsedeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geobsedeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geobsedeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geobsedeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geobsedeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen obsederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geobsedeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geobsedeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geobsedeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult obsederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geheel in beslag nemen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van obsederen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geobsedeerd | voltooid deelwoord | obsederen |
| obsedeer | gebiedende wijs | obsederen |
| obsedeerde | verleden tijd | obsederen |
| obsedeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | obsederen |
| obsedeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | obsederen |
| obsedere | aanvoegende wijs | obsederen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van obsederen zijn vastgelegd.