nuttigen
werkwoord /'nɵtəɣə(n)/Betekenis
- voedsel gebruiken
Hoe spreek je nuttigen uit?
/ˈnɵtəxən/
Nuttigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɵ | put |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nuttigen
nuttigenhele werkwoord — nuttigdeverleden tijd enkelvoud — nuttigdenverleden tijd meervoud — genuttigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nuttig | nuttigde |
| jij | nuttigt | nuttigde |
| hij, zij, het | nuttigt | nuttigde |
| wij | nuttigen | nuttigden |
| jullie | nuttigen | nuttigden |
| zij | nuttigen | nuttigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genuttigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genuttigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genuttigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genuttigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genuttigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genuttigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genuttigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genuttigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genuttigd | verleden tijd, deelwoord |
| genuttigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genuttigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genuttigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genuttigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genuttigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genuttigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genuttigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genuttigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genuttigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genuttigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genuttigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genuttigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genuttigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genuttigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genuttigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nuttig | gebiedende wijs |
| nuttigde | verleden tijd |
| nuttige | aanvoegende wijs |
| nuttigend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genuttigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nuttigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nuttigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genuttigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genuttigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genuttigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genuttigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genuttigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genuttigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genuttigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genuttigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genuttigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nuttigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genuttigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genuttigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genuttigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nuttigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘spijs gebruiken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van nuttigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genuttigd | voltooid deelwoord | nuttigen |
| genuttigde | woordvorm | nuttigen |
| nuttigde | verleden tijd | nuttigen |
| nuttigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nuttigen |
| nuttigend | onvoltooid deelwoord | nuttigen |
| nuttigende | woordvorm | nuttigen |
| nuttigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nuttigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nuttigen zijn vastgelegd.