nuttig
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈnʏtəxBetekenis
- van nut zijnde; van iets of iemand dat het een bijdrage levert aan het behalen van een doel
Hoe spreek je nuttig uit?
/ˈnʏtəx/
Nuttig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ʏ | put |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nuttige | verbogen, stellende trap |
| nuttiger | onverbogen, vergrotende trap |
| nuttigere | verbogen, vergrotende trap |
| nuttigers | partitief, vergrotende trap |
| nuttigs | partitief, stellende trap |
| nuttigst | onverbogen, overtreffende trap |
| nuttigste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nuttigen
- gebiedende wijs van nuttigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nuttigen
Vervoeging van nuttig
nuttighele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van nut met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van nuttig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nuttigere | verbogen vergrotende trap | nuttig |
| nuttigs | partitive, positive | nuttig |
| nuttigst | uninflected, superlative | nuttig |
| nuttigste | inflected, superlative | nuttig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nuttig zijn vastgelegd.