nitreren
werkwoordBetekenis
- een materiaal behandelen met geconcentreerd salpeterzuur
- een organische verbinding een reactie doen ondergaan waarbij -NO2 groepen aan een molecuul toegevoegd worden
werkwoord
- een organische verbinding een reactie doen ondergaan waarbij -NO₂ groepen aan een molecuul toegevoegd worden transitive
Vervoeging van nitreren
nitrerenhele werkwoord — nitreerdeverleden tijd enkelvoud — nitreerdenverleden tijd meervoud — genitreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nitreer | nitreerde |
| jij | nitreert | nitreerde |
| hij, zij, het | nitreert | nitreerde |
| wij | nitreren | nitreerden |
| jullie | nitreren | nitreerden |
| zij | nitreren | nitreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genitreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genitreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genitreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genitreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genitreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genitreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genitreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genitreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genitreerd | verleden tijd, deelwoord |
| genitreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genitreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genitreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genitreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genitreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genitreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genitreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genitreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genitreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genitreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genitreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nitreer | gebiedende wijs |
| nitreerde | verleden tijd |
| nitrere | aanvoegende wijs |
| nitrerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genitreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nitreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nitreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nitreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nitreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse nitrer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van nitreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genitreerd | voltooid deelwoord | nitreren |
| genitreerde | woordvorm | nitreren |
| nitreer | gebiedende wijs | nitreren |
| nitreerde | verleden tijd | nitreren |
| nitreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nitreren |
| nitreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nitreren |
| nitrere | aanvoegende wijs | nitreren |
| nitrerend | onvoltooid deelwoord | nitreren |
| nitrerende | woordvorm | nitreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nitreren zijn vastgelegd.