nitraat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zout van salpeterzuur dat het ion NO3- bevat
- een ester van salpeterzuur
zelfstandig naamwoord — neuter
- een zout van salpeterzuur dat het ion NO₃⁻ bevat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nitraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nitraatjes | verkleinwoord, meervoud |
| nitraten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zout van salpeterzuur’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van nitraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nitraatje | verkleinwoord | nitraat |
| nitraatjes | verkleinwoord meervoud | nitraat |
| nitraten | meervoud | nitraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nitraat zijn vastgelegd.