prefix
zelfstandig naamwoord preˈfɪksBetekenis
- een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
- een decimaal voorvoegsel dat kan worden toegevoegd aan elke eenheid van het SI-systeem, om aan te geven dat het om veelvouden of delen van die eenheden gaat
- voorvoegsels gebruikt bij de naamgeving van chemisch verbindingen
- voorvoegsel dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
- een decimaal voorvoegsel dat kan worden toegevoegd aan elke eenheid
Hoe spreek je prefix uit?
/preˈfɪks/
Prefix bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| e | veel |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prefixen | meervoud |
| prefixje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prefixjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘voorvoegsel’ voor het eerst aangetroffen in 1578
Woordfamilie van prefix
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prefixen | meervoud | prefix |
| prefixje | verkleinwoord | prefix |
| prefixjes | verkleinwoord meervoud | prefix |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prefix zijn vastgelegd.