nieten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met nietjes vastmaken
Vervoeging van nieten
nietenhele werkwoord — nietteverleden tijd enkelvoud — niettenverleden tijd meervoud — genietvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | niet | niette |
| jij | niet | niette |
| hij, zij, het | niet | niette |
| wij | nieten | nietten |
| jullie | nieten | nietten |
| zij | nieten | nietten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geniet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geniet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geniet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geniet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geniet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geniet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geniet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geniet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geniet | verleden tijd, deelwoord |
| geniet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geniet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geniet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geniet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geniet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geniet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geniet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geniet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geniet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geniet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geniet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geniet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geniet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geniet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geniet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| niet | gebiedende wijs |
| niete | aanvoegende wijs |
| nietend | onvoltooid, deelwoord |
| niette | verleden tijd |
| te hebben geniet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geniet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geniet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geniet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geniet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geniet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geniet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geniet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geniet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geniet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geniet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geniet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geniet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geniet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord niet
Herkomst
afgeleid van niet met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van nieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| niete | aanvoegende wijs | nieten |
| nietend | onvoltooid deelwoord | nieten |
| nietende | woordvorm | nieten |
| niette | verleden tijd | nieten |
| nietten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nieten zijn vastgelegd.