Naar de inhoud

netwerken

het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen

netwerken is meer dan één woord

netwerken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnɛtwɛrkə(n)

Betekenis

  1. het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen

Hoe spreek je netwerken uit?

/ˈnɛtwɛrkən/

Netwerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnɛtwɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
ɛ bed
t tak
w quiz
r rood
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van netwerken

netwerkenhele werkwoord — netwerkteverleden tijd enkelvoud — netwerktenverleden tijd meervoud — genetwerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik netwerk netwerkte
jij netwerkt netwerkte
hij, zij, het netwerkt netwerkte
wij netwerken netwerkten
jullie netwerken netwerkten
zij netwerken netwerkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
genetwerkt verleden tijd, deelwoord
genetwerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genetwerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genetwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genetwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genetwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genetwerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genetwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genetwerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genetwerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genetwerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genetwerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
netwerk gebiedende wijs
netwerke aanvoegende wijs
netwerkend onvoltooid, deelwoord
netwerkte verleden tijd
te hebben genetwerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te netwerken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen netwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genetwerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt netwerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen netwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genetwerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult netwerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord netwerk

Herkomst

Afgeleid van netwerk

Woordfamilie van netwerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genetwerkt voltooid deelwoord netwerken
netwerke aanvoegende wijs netwerken
netwerkend onvoltooid deelwoord netwerken
netwerkende woordvorm netwerken
netwerkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon netwerken
netwerkte verleden tijd netwerken
netwerkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon netwerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netwerken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over netwerken

Hoe spreek ik netwerken uit?
Zo spreek je netwerken uit: /ˈnɛtwɛrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van netwerken?
Netwerken is een werkwoord. De betekenis is: het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen.
Hoe vervoeg ik netwerken?
Zo vervoeg je netwerken zo: de tegenwoordige tijd is netwerk, de verleden tijd is netwerkte en het voltooid deelwoord is genetwerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord netwerken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

netwerken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

netwerken in het kort

netwerken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van netwerken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort netwerken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

netwerken: het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen
Deel netwerken — standaardnederlands.nl