Naar de inhoud

neerzitten

gaan zitten

neerzitten

werkwoord

Betekenis

  1. gaan zitten
  2. gezeten zijn, zitten

Vervoeging van neerzitten

neerzittenhele werkwoord — zat neerverleden tijd enkelvoud — zaten neerverleden tijd meervoud — neergezetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zit neer zat neer
jij zit neer zat neer
hij, zij, het zit neer zat neer
wij zitten neer zaten neer
jullie zitten neer zaten neer
zij zitten neer zaten neer
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had neergezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had neergezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had neergezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden neergezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden neergezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden neergezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt neergezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
neer te zitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
neer te zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
neer zal zitten bijzin, toekomende tijd
neer zou zitten bijzin, voorwaardelijk
neer zouden zitten bijzin, voorwaardelijk
neer zoudt zitten bijzin, voorwaardelijk
neer zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
neer zullen zitten bijzin, toekomende tijd
neer zult zitten bijzin, toekomende tijd
neergezeten verleden tijd, deelwoord
neergezeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
neergezeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
neerzat bijzin, verleden tijd
neerzaten bijzin, verleden tijd
neerzit bijzin, tegenwoordige tijd
neerzittend onvoltooid, deelwoord
te hebben neergezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neerzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal neerzitten bijzin, toekomende tijd
zat neer verleden tijd
zit neer gebiedende wijs
zou neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou neerzitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) neerzitten neer zou(dt) zitten bijzin, voorwaardelijk
zouden neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden neerzitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt neergezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt neerzitten bijzin, voorwaardelijk
zullen neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neerzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen neerzitten bijzin, toekomende tijd
zult neergezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neerzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult neerzitten bijzin, toekomende tijd
zult/zal neerzitten neer zult/zal zitten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van neer en zitten

Woordfamilie van neerzitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
neergezeten voltooid deelwoord neerzitten
neerzat subordinate-clause, verleden tijd neerzitten
neerzaten subordinate-clause, verleden tijd neerzitten
neerzit subordinate-clause, tegenwoordige tijd neerzitten
neerzitte with-subordinate-clause neerzitten
neerzittend onvoltooid deelwoord neerzitten
neerzittende woordvorm neerzitten
zat neer verleden tijd neerzitten
zaten neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neerzitten
zit neer gebiedende wijs neerzitten
zitte neer woordvorm neerzitten
zitten neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon neerzitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerzitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over neerzitten

Wat is de betekenis van neerzitten?
Neerzitten is een werkwoord. De betekenis is: gaan zitten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik neerzitten?
Zo vervoeg je neerzitten zo: het voltooid deelwoord is neergezeten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neerzitten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neerzitten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. I 2
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neerzitten in het kort

neerzitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van neerzitten staan er 43 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort neerzitten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

neerzitten: gaan zitten
Deel neerzitten — standaardnederlands.nl