neerpennen
werkwoordBetekenis
- druk schrijvend een notitie maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van neerpennen
neerpennenhele werkwoord — pende neerverleden tijd enkelvoud — penden neerverleden tijd meervoud — neergependvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pen neer | pende neer |
| jij | pent neer | pende neer |
| hij, zij, het | pent neer | pende neer |
| wij | pennen neer | penden neer |
| jullie | pennen neer | penden neer |
| zij | pennen neer | penden neer |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is neergepend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was neergepend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd neergepend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt neergepend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal neergepend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal neergepend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou neergepend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou neergepend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had neergepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had neergepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden neergepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden neergepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergepend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neer te pennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neer te zullen pennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neer zal pennen | bijzin, toekomende tijd |
| neer zou pennen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zouden pennen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zoudt pennen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zullen pennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neer zullen pennen | bijzin, toekomende tijd |
| neer zult pennen | bijzin, toekomende tijd |
| neergepend | verleden tijd, deelwoord |
| neergepend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergepend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergepend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergepend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergepend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergepend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergepend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergepend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergepend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergepend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neerpen | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neerpende | bijzin, verleden tijd |
| neerpenden | bijzin, verleden tijd |
| neerpennend | onvoltooid, deelwoord |
| neerpent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| pen neer | gebiedende wijs |
| pende neer | verleden tijd |
| te hebben neergepend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neerpennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was neergepend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was neergepend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was neergepend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt neergepend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt neergepend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal neergepend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergepend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal neerpennen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt neergepend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou neerpennen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) neerpennen neer zou(dt) pennen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden neerpennen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt neergepend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergepend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt neerpennen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neergepend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergepend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergepend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergepend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neerpennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neerpennen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen neerpennen | bijzin, toekomende tijd |
| zult neergepend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van neer bw en pennen ww
Woordfamilie van neerpennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neergepend | voltooid deelwoord | neerpennen |
| neergepende | woordvorm | neerpennen |
| neerpen | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerpennen |
| neerpende | subordinate-clause, verleden tijd | neerpennen |
| neerpenden | subordinate-clause, verleden tijd | neerpennen |
| neerpenne | with-subordinate-clause | neerpennen |
| neerpennend | onvoltooid deelwoord | neerpennen |
| neerpennende | woordvorm | neerpennen |
| neerpent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerpennen |
| pen neer | gebiedende wijs | neerpennen |
| pende neer | verleden tijd | neerpennen |
| penden neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neerpennen |
| penne neer | woordvorm | neerpennen |
| pennen neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | neerpennen |
| pent neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neerpennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerpennen zijn vastgelegd.