nawerken
werkwoordBetekenis
- doorwerken na de eigenlijke werking
- Na de normale bedrijfsuren werken, overwerken
Vervoeging van nawerken
nawerkenhele werkwoord — werkte naverleden tijd enkelvoud — werkten naverleden tijd meervoud — nagewerktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werk na | werkte na |
| jij | werkt na | werkte na |
| hij, zij, het | werkt na | werkte na |
| wij | werken na | werkten na |
| jullie | werken na | werkten na |
| zij | werken na | werkten na |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te werken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal werken | bijzin, toekomende tijd |
| na zou werken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden werken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt werken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen werken | bijzin, toekomende tijd |
| na zult werken | bijzin, toekomende tijd |
| nagewerkt | verleden tijd, deelwoord |
| nagewerkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagewerkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nawerk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nawerkend | onvoltooid, deelwoord |
| nawerkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nawerkte | bijzin, verleden tijd |
| nawerkten | bijzin, verleden tijd |
| te hebben nagewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nawerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| werk na | gebiedende wijs |
| werkte na | verleden tijd |
| zal nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nawerken | bijzin, toekomende tijd |
| zou nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nawerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) nawerken na zou(dt) werken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nawerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nawerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nawerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nawerken | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nawerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nawerken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal nawerken na zult/zal werken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na en werken
Woordfamilie van nawerken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nagewerkt | voltooid deelwoord | nawerken |
| nawerke | with-subordinate-clause | nawerken |
| nawerkend | onvoltooid deelwoord | nawerken |
| nawerkende | woordvorm | nawerken |
| nawerkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nawerken |
| nawerkte | subordinate-clause, verleden tijd | nawerken |
| nawerkten | subordinate-clause, verleden tijd | nawerken |
| werk na | gebiedende wijs | nawerken |
| werke na | woordvorm | nawerken |
| werken na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nawerken |
| werkt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nawerken |
| werkte na | verleden tijd | nawerken |
| werkten na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nawerken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nawerken zijn vastgelegd.