Naar de inhoud

nawegen

iets ter controle opnieuw wegen

nawegen

werkwoord

Betekenis

  1. iets ter controle opnieuw wegen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van nawegen

nawegenhele werkwoord — woog naverleden tijd enkelvoud — wogen naverleden tijd meervoud — nagewogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weeg na woog na
jij weegt na woog na
hij, zij, het weegt na woog na
wij wegen na wogen na
jullie wegen na wogen na
zij wegen na wogen na
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is nagewogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagewogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagewogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagewogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagewogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagewogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagewogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagewogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te wegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen wegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal wegen bijzin, toekomende tijd
na zou wegen bijzin, voorwaardelijk
na zouden wegen bijzin, voorwaardelijk
na zoudt wegen bijzin, voorwaardelijk
na zullen wegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen wegen bijzin, toekomende tijd
na zult wegen bijzin, toekomende tijd
nagewogen verleden tijd, deelwoord
nagewogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagewogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagewogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagewogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagewogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagewogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagewogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagewogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagewogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagewogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
naweeg bijzin, tegenwoordige tijd
naweegt bijzin, tegenwoordige tijd
nawegend onvoltooid, deelwoord
nawogen bijzin, verleden tijd
nawoog bijzin, verleden tijd
nawoogt bijzin, verleden tijd
te hebben nagewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nawegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren nagewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weeg na gebiedende wijs
werd nagewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden nagewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
woog na verleden tijd
worden nagewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagewogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagewogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nawegen bijzin, toekomende tijd
zijn nagewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nawegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nawegen na zou(dt) wegen bijzin, voorwaardelijk
zouden nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nawegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nawegen bijzin, voorwaardelijk
zullen nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagewogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagewogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nawegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nawegen bijzin, toekomende tijd
zult nagewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nawegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult nawegen bijzin, toekomende tijd
zult/zal nawegen na zult/zal wegen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na bw en wegen ww

Woordfamilie van nawegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
nagewogen voltooid deelwoord nawegen
naweeg subordinate-clause, tegenwoordige tijd nawegen
naweegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd nawegen
nawege with-subordinate-clause nawegen
nawegend onvoltooid deelwoord nawegen
nawegende woordvorm nawegen
nawogen subordinate-clause, verleden tijd nawegen
nawoog subordinate-clause, verleden tijd nawegen
nawoogt subordinate-clause, verleden tijd nawegen
weeg na gebiedende wijs nawegen
weegt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nawegen
wege na woordvorm nawegen
wegen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nawegen
wogen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nawegen
woog na verleden tijd nawegen
woogt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon nawegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nawegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nawegen

Wat betekent nawegen?
Nawegen is een werkwoord. Het woord betekent: iets ter controle opnieuw wegen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je nawegen?
Je vervoegt nawegen als volgt: het voltooid deelwoord is nagewogen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nawegen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nawegen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

nawegen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nawegen in het kort

nawegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van nawegen zijn 80 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nawegen bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nawegen: iets ter controle opnieuw wegen
Deel nawegen — standaardnederlands.nl