| - |
impersonal, passief
|
| ben genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is genasaleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was genasaleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd genasaleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt genasaleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal genasaleerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal genasaleerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou genasaleerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou genasaleerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| genasaleerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| genasaleerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| genasaleerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| genasaleerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| genasaleerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| genasaleerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| genasaleerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| genasaleerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| genasaleerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| genasaleerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| genasaleerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben genasaleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| nasaleer |
gebiedende wijs
|
| nasaleerde |
verleden tijd
|
| nasalere |
aanvoegende wijs
|
| nasalerend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben genasaleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te nasaleren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen nasaleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was genasaleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt genasaleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt genasaleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt genasaleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt genasaleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen nasaleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult genasaleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult genasaleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult genasaleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult nasaleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|