Naar de inhoud

nasaleren

een neusklank maken van een klinker

nasaleren

werkwoord

Betekenis

  1. een neusklank maken van een klinker

Vervoeging van nasaleren

nasalerenhele werkwoord — nasaleerdeverleden tijd enkelvoud — nasaleerdenverleden tijd meervoud — genasaleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik nasaleer nasaleerde
jij nasaleert nasaleerde
hij, zij, het nasaleert nasaleerde
wij nasaleren nasaleerden
jullie nasaleren nasaleerden
zij nasaleren nasaleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genasaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genasaleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genasaleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genasaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genasaleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genasaleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genasaleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genasaleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genasaleerd verleden tijd, deelwoord
genasaleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genasaleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genasaleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genasaleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genasaleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genasaleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genasaleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genasaleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genasaleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genasaleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genasaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genasaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genasaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genasaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genasaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nasaleer gebiedende wijs
nasaleerde verleden tijd
nasalere aanvoegende wijs
nasalerend onvoltooid, deelwoord
te hebben genasaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te nasaleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nasaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genasaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genasaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genasaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genasaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genasaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genasaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genasaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genasaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genasaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nasaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genasaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genasaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genasaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nasaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van nasaleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genasaleerd voltooid deelwoord nasaleren
genasaleerde woordvorm nasaleren
nasaleer gebiedende wijs nasaleren
nasaleerde verleden tijd nasaleren
nasaleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nasaleren
nasaleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nasaleren
nasalerend onvoltooid deelwoord nasaleren
nasalerende woordvorm nasaleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nasaleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nasaleren

Wat betekent nasaleren?
Nasaleren is een werkwoord. Het woord betekent: een neusklank maken van een klinker.
Hoe vervoeg je nasaleren?
Je vervoegt nasaleren als volgt: de tegenwoordige tijd is nasaleer, de verleden tijd is nasaleerde en het voltooid deelwoord is genasaleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nasaleren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nasaleren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nasaleren in het kort

nasaleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nasaleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nasaleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nasaleren: een neusklank maken van een klinker
Deel nasaleren — standaardnederlands.nl