naschok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aardbeving die plaatsvindt binnen korte tijd (enkele uren tot enkele dagen) na een andere, grotere aardbeving (de hoofdschok)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naschokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| naschokjes | verkleinwoord, meervoud |
| naschokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van na en schok
Woordfamilie van naschok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naschokje | verkleinwoord | naschok |
| naschokjes | verkleinwoord meervoud | naschok |
| naschokken | meervoud | naschok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naschok zijn vastgelegd.